Let op: dit verhaal is in opbouw en wordt stap voor stap aangevuld — onder meer met de zonen van Pieter Lourens Verniers, die eveneens als chirurgijn in Weesp werkzaam waren, en met de apothekerswinkel die de familie er dreef.

Waarom Weesp?

Hoe de familie Verniers precies in Weesp terechtkwam, is nog niet met zekerheid vast te stellen — maar er is een aantrekkelijke hypothese. In veel steden van de Republiek werden na de Alteratie de zittende katholieke bestuurders uit hun ambt gezet, waarna er behoefte ontstond aan nieuwe, betrouwbare bestuurders. Die rol werd in verschillende steden opgevuld door doopsgezinde mannen — juist een geloofsgemeenschap waar de familie Verniers, via stamvader Laurens Verniers, zelf middenin stond. Het is denkbaar dat de familie in Weesp het voorbeeld volgde van andere, bekendere doopsgezinde figuren die daar bestuurlijke posities innamen. Dit is vooralsnog een werkhypothese, geen vaststaand feit — nader archiefonderzoek moet uitwijzen of, en hoe, dit precies verliep. Een concretere verklaring, via de doopsgezinde families Anslo en Schouten, wordt uitgewerkt in verhaal #17 →

Mr. Pieter Lourens Verniers: chirurgijn en bestuurder

De eerste Verniers die met naam en toenaam in Weesp voorkomt, is Mr. Pieter Lourens Verniers. Hij is vermoedelijk de zoon van Louwerens (Laurens) Verniers — de neef die Trijntgen Verniers in haar testament van 1622 als erfgenaam aanwees (lees dat verhaal →). Diezelfde Pieter Lourensz Verniers duikt in 1656 op als zittend schepen van Weesp, wanneer hij afstand doet van zijn aandeel in het geld van zijn overleden oudtante Trijntgen Verniers (lees de akte van 1656 →).

Van beroep was hij chirurgijn. Op 3 maart 1648 legde hij in Amsterdam zijn meesterproef af en betaalde hij zijn gildegeld — de laatste stap om als zelfstandig chirurgijn te mogen werken. Bij zijn proef waren als proefmeesters Mr. Joannes Judocus en Mr. Dirck Jansen aanwezig, en als ouderlieden (gildebestuurders) Mr. Cornelis Fredericxsen, Mr. Jacob Colevelt, Mr. Jacob Cruijs en Isaac Lauwerens (Bron 70). Hij trouwde met Marretje Dircksdr, en het echtpaar vestigde zich in Weesp, waar Pieter naast zijn werk als chirurgijn ook diverse bestuurlijke functies bekleedde.

De akte van de meesterproef, 1648

Stadsarchief Amsterdam, Archief van het Chirurgijnsgilde, inventarisnummer A13594, register van meesterproeven van chirurgijns, 3 maart 1648. Bron 70.

Akte van de meesterproef van Mr. Pieter Verniers, Amsterdam, 3 maart 1648

Mr. Pieter Verniers, meesterproef gedaan, 3 maart 1648 — Stadsarchief Amsterdam, Archief van het Chirurgijnsgilde, inv.nr. A13594

Transcriptie (originele spelling):

Mr. Pieter Verniers van Amsterdam heeft syn proeff
gedaen den 3 Maert 1648 ende gilde sijn gerechticheyt
betaelt, in alles voldaen. Proeffmeesters waren Mr.
Joannes Judocus ende Mr. Dirck Jansen. Ouderluyden
waren Mr. Cornelis Fredericxsen, Mr. Jacob Colevelt,
Mr. Jacob Cruijs & Isaac Lauwerens.

In modern Nederlands: meester Pieter Verniers van Amsterdam legde op 3 maart 1648 zijn meesterproef af en betaalde het gildegeld (zijn gilderechten) — in alles voldaan. De proefmeesters (examinatoren) waren meester Joannes Judocus en meester Dirck Jansen; de ouderlieden (gildebestuurders) waren meester Cornelis Fredericxsen, meester Jacob Colevelt, meester Jacob Cruijs en Isaac Lauwerens.

De zonen: chirurgijns in Weesp

Nog in te vullen. De zonen van Pieter Lourens Verniers en Marretje Dircksdr worden eveneens beschreven als chirurgijn te Weesp — dit onderdeel wordt later verder uitgewerkt.

De apothekerswinkel

Nog in te vullen. Naast het chirurgijnsvak dreef de familie in Weesp ook een apothekerswinkel — ook dit onderdeel volgt later.

Een hypothese: het familiewapen en de boneloting

Een voorzichtige, nog te onderzoeken werkhypothese betreft het familiewapen zelf, waarop onder meer drie boonvormige figuren voorkomen. In verschillende steden van de Republiek werden bestuurders (schepenen) destijds niet gekozen maar geloot, met behulp van witte en bruine bonen — de zogeheten "boneloting" of vergelijkbare loting. Mijn werkhypothese is dat de bonen in het familiewapen naar deze bestuurlijke loting verwijzen, gezien de bestuurlijke functies die de familie in Weesp bekleedde. Deze verklaring heb ik zelf opgesteld aan de hand van de situatie in die tijd; het is nog geen vaststaand feit — en verdient op termijn een eigen, uitgewerkt verhaal.

Wordt vervolgd — dit verhaal wordt de komende tijd stap voor stap aangevuld.