Let op: dit verhaal is in opbouw. De transcripties hieronder komen uit Transkribus-herkenning van de originele akten; de scans zelf en de definitieve archiefverwijzingen (inventarisnummers) worden op een later moment toegevoegd. Namen die door de automatische tekstherkenning verminkt waren ("vermers", "vennen", "Terniers", "vergiers", "bernier") zijn hier gecorrigeerd naar "Verniers".

Wie was Trijntgen Verniers?

Trijntgen Verniers is een zuster van Pieter Verniers en Abraham Verniers — dezelfde broers die al bekend zijn als kinderen van stamvader Laurens Verniers uit diens eerdere huwelijk. Zij was in haar leven driemaal getrouwd (zie hieronder). Op 22 oktober 1622 liet zij, gezond van lichaam en geest, een testament opstellen bij notaris Jacobus Westfrisius in Amsterdam (Transkribus/Amsterdam City Archives). Dat testament herroept een eerder testament dat zij op 12 februari 1618 had laten opstellen bij notaris Adriaen Willems in Haarlem.

Driemaal getrouwd

De Amsterdamse ondertrouwregisters brengen het volledige huwelijksleven van Trijntgen Verniers aan het licht — drie huwelijken, over een periode van vijfendertig jaar:

  • David Langedul — getrouwd op 4 oktober 1592. Opvallend genoeg werd dit huwelijk pas op 17 november 1621 formeel bij de schepenen geregistreerd, met de aantekening dat de bruidegom op dat moment al overleden was (Bron 71). Waarom de registratie bijna dertig jaar op zich liet wachten — en dat pas ruim drie jaar ná haar volgende huwelijk — is nog niet opgehelderd.
  • Mr. Claes Dircksz Berckman, chirurgijn — ondertrouw op 11 augustus 1618, huwelijk op 26 augustus 1618, beide in Amsterdam. Voor Claes was dit zijn derde huwelijk, na Marijtgen en Trijn Jacobs (Clonck) (Bron 72). Met Claes woonde zij in de Gasthuissteeg; op 28 oktober 1624 lieten zij samen een huwelijkstestament opstellen (Bron 51), zie hieronder.
  • Dirck Dirckss, weduwnaar van Griet Jans — ondertrouw op 3 april 1627, na het overlijden van Claes Dircksz Berckman (Bron 73).

De nieuwe naam: neef Louwerens Verniers

Trijntgen benoemt haar broers Pieter en Abraham tot erfgenamen van haar kapitaal, met vruchtgebruik voor hun leven lang. Maar mochten beide broers overlijden, dan bepaalt zij dat het vruchtgebruik — en uiteindelijk het kapitaal zelf — overgaat op Louwerens (Laurens) Verniers, haar neef en de zoon van haar broer Pieter Verniers. Dat is een figuur die tot nu toe niet in de stamboom stond: een jongere Laurens Verniers, van de generatie ná stamvader Laurens, vernoemd naar zijn grootvader.

Mocht ook deze neef Louwerens zonder wettige nakomelingen overlijden, dan gaat de erfenis naar de naaste bloedverwanten "hier te lande" — met uitdrukkelijke uitsluiting van familieleden die in Engeland en Zeeland woonden. Interessant is ook een kleine, bijna terloopse vermelding: mocht de erfenis via deze weg vervallen, dan krijgt Gierte Jans, wonende "int Gulden Schild", een bedrag van vierhonderd gulden. Dat is dezelfde Giert(e) Jans en hetzelfde huis die bekend zijn uit het testament van Claes Claesz Anslo uit 1625 — het bewijs dat Trijntgen Verniers en haar stiefzuster (of halfzuster) Giert(e) Jans elkaar kenden en in elkaars testamenten een plek hadden.

De schakel naar Weesp: de akte van 1656

Precies hier wordt het spannend. Op 4 mei 1656 — nog geen vierendertig jaar na Trijntgens testament — passeert in Weesp, voor notaris Rombout Noordingh, een akte waarin Pieter Lourensz Verniers, zittend schepen van Weesp, afstand doet van zijn recht op geld dat toebehoorde aan zijn overleden "oude moeije" (oudtante) Trijntge Verniers — en dat geld wordt op dat moment beheerd door zijn zuster Sara Verniers, op haar beurt gehuwd met Claes Willemss (Archief Amsterdam, KLAG06408000001/2). Het geld ging uiteindelijk naar de Vlaamse Mennonieten te Amsterdam.

Dat is de rechtstreekse, harde schakel: een Verniers die zichzelf schepen (wethouder) van Weesp noemt, die Trijntgen Verniers — wier testament hierboven is getranscribeerd — uitdrukkelijk zijn oudtante noemt, en die een zuster Sara Verniers heeft. Zijn vadersnaam "Lourensz" (zoon van Lourens/Laurens) past precies bij de Louwerens Verniers die Trijntgen in 1622 als haar neef aanwees, zoon van haar broer Pieter Verniers. Met andere woorden: deze Pieter Lourensz Verniers is zeer waarschijnlijk de zoon van die neef Louwerens — en daarmee de eerste Verniers die met naam en ambt in Weesp voorkomt, ruim een eeuw vóór de akte van 1769 die tot nu toe de enige aanwijzing voor de Weesp-tak was.

De transcriptie van de akte van 1656

Weesp, notaris Rombout Noordingh, 4 mei 1656 (afschrift). Bron 50, zie ook de naslagwerk.

Akte van 1656 waarbij Pieter Lourensz Verniers afstand doet van zijn recht op de goederen van Trijntge Verniers, blad 1

Blad 1 — Archief Amsterdam, KLAG06408000001

Akte van 1656, blad 2, met dossierlabel op de achterzijde

Blad 2 (achterzijde met dossierlabel) — Archief Amsterdam, KLAG06408000002

Op huijden den vierden Maij, duijsent seshondert ses en vyftich, compareerde voor mij Rombout Noordingh, openbaer notaris bij den Hove van Hollant geadmitteert, binnen der stede Weesp resederende, ende den gemijnden hierna genoemt, den E. Pieter Verniers, regerent schepen deser stede: verclaerde te renunchieren ende af te staen van soodanige actie ende recht als hij, comparant, is hebbende op seeckere gelden die in lijftochte worden beseten bij Sara Verniers, sijn comparants suster, gecomen van Trijntge Verniers, sijn oude moeije, welcke gelden jegenswoordich noch berustende [zijn] onder Sr. Joost ende Jan de Bats, coopluijden tot Amsterdam. Bij desen adminterende ende authoriserende de voornoemde de Bats, voor soo veel hem comparant [aengaet], de voorschreven gelden voor sijn voornoemde suster te tellen ende geven aende Vlaemsche Mennonisten diaconen binnen der stad Amsterdam. Belovende, voor soo veel hem aengaet, voor hem ende sijne nacomelingen, de voornoemde de Bats te vrijen ende te waren voor alle naermaeningen, alles onder verband als naer rechten. Aldus gedaan ende gepasseert binnen der voorschreven stede Weesp, ter presentie van de E. Justus [?], oud schepen, ende Jan de [Noij], kerckmeester, als getuigen, die deze neffens mij, den comparant, ende mijn notaris, ondertekend hebben op datum als boven. Was ondertekend: Pieter Lourensz Verniers, [Joost?] [Dal]persz [?], Jan de Noij, ende was mede ondertekend: mij present, R. Noordingh, Nots. Publ. Cum collatione concordat [= vergeleken met het origineel klopt het], R. Noordingh, Nots. Publ.

Op de achterzijde van het afschrift staat een dossierlabel: "Acte gepasseert door Pieter Verniers wegens sijn zusters Sara Verniers". Enkele namen zijn niet met zekerheid gelezen (met name de tweede getuige en de tweede ondertekenaar) en verdienen controle aan de hand van het origineel.

Wat er precies gebeurt

In gewone taal: Trijntge Verniers is inmiddels overleden en had geld nagelaten dat in bewaring is bij haar nicht Sara Verniers. Dat geld staat op naam bij de Amsterdamse kooplieden Joost en Jan de Bats. Pieter Lourensz Verniers — Sara's broer, en dus ook een (achter)neef van Trijntge — had daar zelf ook nog een aanspraak op, maar doet die hier vrijwillig af, ten gunste van zijn zuster Sara. Hij geeft de gebroeders De Bats opdracht om, voor zijn deel, het geld uit te keren aan de diakenen van de Vlaamse doopsgezinde (mennonitische) gemeente in Amsterdam — dezelfde geloofsgemeenschap waarin de familie Verniers en de familie Anslo al vaker opdoken. Kortom: een familieregeling na een overlijden, vastgelegd voor de zekerheid bij een notaris in Weesp, met een liefdadige bestemming voor het deel dat Pieter zelf loslaat.

Testament van Trijntgen Verniers, 22 oktober 1622

Amsterdam, notaris Jacobus Westfrisius. Transcriptie samengesteld uit meerdere Transkribus-herkenningen van dezelfde akte; onzekere lezingen zijn met [?] gemarkeerd. Bron 48, zie ook de naslagwerk.

Inden name des Heeren, Amen. Bij desen tegenwoordigen instrumente van dispositie zij kennelijk ende openbaar eenieder, dat inden jare desselfs ons Heeren Jesu Christi duijsent sesshondert tweeentwintich, opten tweeentwintichsten dach des maents octobris, de klocke omtrent tien uren voor den middach, voor mij Jacobo Westfrisio, openbare notaris bij den Hove van Hollandt geadmitteert, t'Amsterdam residerende, ter presentie vande ondergeschreven getuijgen, in eigener persoon is gekomen ende gecompareert d'eerbare Trijntgen Verniers, huijsvrouwe van Mr. Claes Dircksz Berckman, chirurgijn, wonende inde Gasthuissteegh binnen deser stede, mij notario wel bekent, gesont van lichaem, gaende ende staende, haer verstant, memorie ende uijtspraeck volkomelijk machtich wesende, alst claerlijk bleeck. Dewelke overdenkende de broosheit des menschelijken levens, ende dat er niet zekerder en is als de doot, ende niet onzekerder als de ure derselver, heeft daeromme naer christelijke recommandatie van haer ziele ende lichaem inde handen van Godt Almachtich, ende haer dode lichaem der aerden ter vergankelijkheit, uijt haer eigene, goede ende vrije wille, van niemant daertoe verleit zijnde, alsoo zij verclaerde, haer testament, dispositie ende laeste wille gestelt, geordonneert ende beslooten, stelt, ordonneert ende besluijt dieselve met desen, inder manieren ende voegen naerbeschreven. Inden eersten heeft testatrix wederroepen, gecasseert, te dode ende te niete gedaen — wederroept, casseert, doet dode ende te niete met desen — alle voorgaende testamenten, codicillen, giften of makingen ter sake des doots bij haer voor date deses gemaeckt ende gepasseert, ende speciael haer testament als sij opten twaelfden februarij 1618, omtrent twee uren naer den middach, voor den notaris Adriaen Willems binnen Haerlem heeft gemaeckt ende beleden — willende dat geen van allen effect sorteren sal als dit alleene. Ende opt nieuwe disponerende heeft testatrix haer broeder Pieter Verniers' huijsvrouwe Stijntgen Willems gelegateert ende besprooken — legateert ende bespreeckt dieselve met desen haer testatricen beste hoyck, met haer beste schorteldoecken. Item haer broeder Abraham Verniers haer uurwerckien, met de kasse daert in staet, ende dat de testatrice van haer zaliger vader aengekomen is. Legateert noch aen haer voorschreven man Claes Dircksz alle haer boecken, uijtgeseijt haer schrijfboecken, die het sterfhuijs van haer zaliger man [David] Langedul aengaen. Legateerde noch ende legateert met desen haer voorschreven man de helfte van haer aendeel inde winninge die zij staende huwelijk metten selven sal hebben verkregen. Alsmede aen die drie kinderen van haer tegenwoordigen man, als Nathanael, Dirck ende Trijntgen Claes, elck van hen twee van haer swaerste silveren lepels. Item aende armen vande Vlaemsche gemeente tot Haerlem een somma van vijfenzeventich guldens eens, aende armen vande Vlaemsche gemeente binnen deser stede Amsterdamme mede vijfenzeventich guldens eens, ende aen Lijsebeth Langedul, suster van haer zaliger man David Langedul, een somma van vijfendertich guldens eens, waervan die regenten vande selve Lijsebeth Langedul d'administratie sullen hebben, om haer tot haerder nootdruft te laten genieten. Belangende testatricen andere naergelaten roerende ende onroerende goederen, actien ende crediten, niet uitgezondert, daerinne is zij bij desen instituerende haer twee gebroeders, als Pieter ende Abraham Verniers, te weten alleen haer leven lang duijrende int vruchtgebruijck oft bladinge derselver, willende dat t'selve haer capitael tot dien einde op sekere ende vaste renten sal werden belegt, om bij dieselve haer broeders, elck tot gelijker deylinge daervan genoten te worden, die renten als voorschreven — met dese voordere conditie, wille ende bevel: ingevalle gemelte haer broeders tsamen, of een alleene, in merckelijke swaricheit of verloop van goederen mochten komen te geraecken, sulcx dat zij uijtte vruchten van haer testatricen naergelaten capitale goederen niet souden konnen worden onderhouden, soo sal in sulcken cas het capitael, voor soo veele sij tot haerlieder alimentatie daertoe van tijt tot tijt van node sijn sal, daertoe aengetast ende geimploieert werden. Ende naer gemelte haer twee gebroeders overlijden, wil testatrix, dat Louwerens Verniers, haer neef ende soone van haer voorschreven broeder Pieter Verniers, sal succederen soo wel int vruchtgebruijck vande capitale goederen die haer broeder Abraham Verniers bij desen sijn besprooken, ingevalle deselve Abraham Verniers sonder wettige blijckende geboorte komt te overlijden, als int vruchtgebruijck vande capitale goederen van haer broeder ende vader van deselven Louwerens Verniers, ende dat gedurende sijn leven lanck onverhindert van iemant te gebruijcken. Maer ingevalle Abraham Verniers, testatricen voorschreven broeder, bij sijn overlijden kint of kinderen mocht komen naer te laten, soo sal in sulcken cas t'selve capitael, daer deselve haer broeder alleen int vruchtgebruijck van is geinstitueert, succederen ende devolveren op desselfs haer broeders achtergelaten kint of kinderen, die zij daerinne tot erfgenaem is instituerende bij desen. Maer laet haer voorschreven broeder Abraham Verniers geen kint of kinderen na, sullen die vruchten als voorschreven succederen opten voornoemden Louwerens Verniers, sijn leven lanck duijrende, ende voorts het capitael van allen haer naergelaten goederen devolveren opte kinderen vanden voornoemden Louwerens Verniers, die zij daerinne, onder qualiteit tot erfgenamen, is instituerende bij desen. Sulcx nochtans met dese conditie ende expresse bevel: ingevalle gemelte Louwerens Verniers bij tijde van sijn leven in merckelijke swaricheit mochte vallen of geraecken, sulcx dat hij mette bladinge vant overgebleven capitael niet en mochte bijlangen konnen, soo sal hij in sulcken gevalle insgelijcx het capitael, soo veele hij des tot sijner alimentatie van doen sal wesen, ende voorders niet, mogen aentasten ende onverhindert genieten. Ende de voornoemde Louwerens Verniers, haer neef, mede overlijdende sonder wettige blijckende geboorte, soo wil testatrix ende wil bij desen, dat het overschot van haer achtergelaten goederen sal succederen opte naeste van haer bloede die ab intestato daerinne geraeckt sijn — uitgezondert die vrienden die zij in Engelandt ende Zeelandt heeft wonende, dewelcke testatrix, om redenen haer bewegende, is secluderende ende uijtsluijtende bij desen — substituerende alleen haer naeste bloetvrienden hier te lande, [te weten] de voornoemde Pieter [ende] Louwerens Verniers, of hun kinderen, tot na-erven. Met dese voordere wille ende bevel: ingevalle bij het ontbreken van kinderen van haer broeder Abraham Verniers, ende van haer neef Louwerens Verniers' kinderen, haer goederen komen te succederen opte voorschreven haer gesubstitueerde na-erven, dat in sulcken cas Gierte Jans, int Gulden Schilt, uijt haer naergelaten goederen sal genieten een somma van vierhondert guldens eens, dewelcke zij de voornoemde Gierte is legaterende bij desen. Ende voorts dat de voorschreven legaten van vijfenzeventich gulden aende voorschreven armen in desen gemelt, sullen werden verdubbelt, sulcx dat die respective armen, in plaets van vijfenzeventich gulden, hondertvijftich gulden hebben ende genieten sullen. Gelijck mede testatrix wil ende beveelt, dat in dier selver qualiteit haer man Claes Dircksz, of sijne kinderen, in absoluten eigendom behouden sal al hetgene wes zij metter selven staende huwelijk sal hebben geprospereert, ende deselve is legaterende bij desen. Al hetwelck voorschreven verclaerde testatrix ende verclaert bij desen te wesen haer testament, dispositie ende laeste wille, die zij begeert ende wil wel expresselijk, dat van alle ende eenieder gehoorsaemlijk achtervolght ende nagekomen sal worden; twelck oock sal gelden ende bestaen in crachte van alsulcx, of ten minste als codicil, donatie onder de levenden, twelck uit oorsake des doots geschiet, met of sonder solemniteiten, alsoo t'selve naer gemeene usantie ende costuime vanden lande ten besten valideren ende effect sorteren sal konnen ende mogen. Ende versochten hierover bij mij notario gemaeckt ende gelevert te worden instrumentum openbaer, een of meer, in forma. Actum ten comptoire mijns notarij, ter presentie van Jan Jansen Boeck ende Jan Harmensz, als getuijgen hierover gestaen ende speciael gerequireert. Bij Trijntge Verniers — Jan Jansen Boeck — Jan Haffman[sz]

Nog uit te zoeken — nieuwe aanwijzing: in de passage hierboven sluit Trijntgen uitdrukkelijk "die vrienden die zij in Engelandt ende Zeelandt heeft wonende" uit van de erfenis. Dat betekent dat er in 1622 nog familieleden van haar — en dus vermoedelijk van de bredere familie Verniers — in Zeeland en in Engeland woonden. Wie dat waren en hoe zij precies verwant waren, is nog niet uitgezocht; dit is een nieuw spoor voor verder archiefonderzoek.

Het huwelijkstestament met Claes Dircksz Berckman, 28 oktober 1624

Twee jaar na haar eigen testament laat Trijntgen, samen met haar man Claes Dircksz Berckman, chirurgijn, opnieuw een akte opstellen — ditmaal een gezamenlijk huwelijkstestament, op 28 oktober 1624, weer bij notaris Jacobus Westfrisius in Amsterdam (Bron 51). Claes is op dat moment ziek van lichaam, maar geestelijk volledig helder. Het echtpaar herroept hun huwelijkse voorwaarden en spreekt een nieuwe financiële regeling af voor het geval een van beiden overlijdt.

Deze akte onthult ook iets nieuws over Claes Dircksz Berckman zelf: hij was eerder twee keer eerder getrouwd. Zijn zonen Nathanael en Dirck Claesz Berckman kreeg hij bij zijn eerste vrouw, Marijtgen; zijn dochter Trijntgen Claes bij zijn tweede vrouw, Trijn Jacobs Clonck. Trijntgen Verniers was dus zijn derde vrouw — en uit deze akte blijkt niet dat zij samen kinderen hadden. Trijntgen was op haar beurt zelf ook al eerder getrouwd geweest: met David Langedul, op 4 oktober 1592 (Bron 71). Na Claes' overlijden hertrouwde zij, op 3 april 1627, nog een derde keer, met Dirck Dirckss, weduwnaar van Griet Jans (Bron 73).

De regeling komt op het volgende neer: mocht Trijntgen het eerst overlijden, dan vervalt Claes' recht op de weduwnaarsportie (douarie) van 600 gulden uit haar nalatenschap die de huwelijkse voorwaarden hem toekenden; in plaats daarvan moet hij 800 Carolus gulden aan haar kant van de familie uitkeren, als afkoop van de helft van wat zij samen tijdens het huwelijk zouden hebben verworven. Haar kleren, linnen- en wollengoed, zilverwerk en pot-geld blijven sowieso aan haar kant, zoals al vastgelegd in haar eigen testament van 13 mei 1623 (dezelfde akte die hierboven staat als het testament van 22 oktober 1622 — blijkbaar is de akte zelf op 13 mei 1623 nogmaals bekrachtigd of gekopieerd; dat verdient nadere controle).

Mocht Claes het eerst overlijden, dan krijgt Trijntgen — bovenop de 1200 gulden weduwportie uit hun huwelijkse voorwaarden — een lijfrente van 150 Carolus gulden per jaar, haar leven lang, in plaats van de helft van de huwelijkse winst. Zij verklaart zich daarmee tevreden en doet verder afstand van alle aanspraken op zijn nalatenschap, behalve wat zij zelf had ingebracht.

Claes maakt daarnaast zijn twee zoons Nathanael en Dirck elk alvast 1000 Carolus gulden vooruit (bovenop de 1200 gulden die zij al van hun moeder erfden), en stelt zijn twee zonen én zijn dochter Trijntgen Claes samen in als zijn universele erfgenamen voor de rest van zijn bezit — met de voorwaarde dat, mocht dochter Trijntgen Claes zonder wettige nakomelingen overlijden, haar erfdeel terugvloeit naar Claes' eigen familielijn.

Testament van Claes Dircksz Berckman en Trijntgen Verniersdr., 28 oktober 1624

Testament van Claes Dircksz Berckman en Trijntgen Verniersdr., 28 oktober 1624 — Bron 51. Zie ook de naslagwerk.

Transcriptie, met onzekere lezingen gemarkeerd; Transkribus-verminkingen van de achternaam ("Vermens", "Remers") en van "Berckman" ("Gerliman") zijn gecorrigeerd.

Claes Dircksz Berckman, chirurgijn, ende Trijntgen Verniersdr. — Dispositie. Inden name des Heeren, Amen. Bij desen tegenwoordigen instrumente van dispositie zij kennelijk ende openbaar eenieder, dat inden jare desselfs ons Heeren Jesu Christi duijsent seshondert vierentwintich, opten achtentwintichsten dach des maents octobris, de klocke omtrent acht uren naer den middach, voor mij Jacobo Westfrisio, openbare notaris, bij den Hove van Hollandt geadmitteert, t'Amsterdam residerende, ter presentie vanden ondergeschreven getuijgen, in eigener persoon zijn gekomen ende gecompareert d'eersame Mr. Claes Dircksz Berckman, chirurgijn, ende Trijntgen Verniersdr., echtelieden, poorter ende poorteresse dezer stede, woonachtich inde Gasthuissteegh, mij notario wel bekent; de voornoemde Mr. Claes Dircksz ziekelijk van lichaam, nochtans zijn verstant, memorie ende uitspraeck volkomelijk machtich wesende, alst claerlijk bleeck. Dewelke overdenckende de broosheit des menschelijken levens, ende dat er niet zekerder en is als de doot, ende niet onzekerder als de ure derselver, hebben daeromme, naer aanbeveling van hare zielen inde handen van Godt Almachtich, ende hare dode lichamen der aerden ter vergankelijckheit, uit hare eigene, goede ende vrije wille, van niemant daertoe verleit zijnde, alsoo zij verclaerden, haer testament, dispositie ende laeste wille gestelt, geordonneert ende beslooten, stellen, ordonneren ende besluiten dieselve met desen. Inden eersten hebben de voornoemde testateuren wederzijds wederroepen, gecasseert, te dode ende te niete gedaen, hare huwelixe voorwaerden, bij het aengaen van haar huwelijk met malcanderen beraemt ende beslooten — voor zoveel dieselve met deze hun uiterste wille strijdig zijn, ende niet voorder. Casserende mede de testateur alleen speciaal alle voorgaende testamenten, codicillen, giften of makingen bij hem voor de datum dezes gemaeckt ende gepasseert, niet willende dat enig daarvan effect zal sorteren als dit alleen. Ingevalle testatrix Trijntgen Verniers het eerst afflijvich wordt: dat in zulken cas de douarie van zeshondert guldens, die de testateur volgens hare huwelixe voorwaerden uit haar testatricen nagelaten goederen zou genieten, zal vervallen ende van onwaerde zijn, zulks dat diezelve 600 guldens zullen blijven aan testatricen zijde, gelijk haar andere goederen. Bovendien zal de testateur aan testatricen zijde uitkeren een somma van achthonderd Carolus guldens eens, ende dat in plaats van de helft van de winningen die zij, testateuren, staande huwelijk boven elk hun aangebrachte goed mochten hebben verworven — zodat testatricen erfgenamen in zulk geval niets meer op de testateur zullen mogen pretenderen, noch dat hij gehouden zal zijn daarvan rekening of opening te doen. Daartegenover zal de testateur in absoluten eigendom behouden haar inboedel ofte huisraad die van testatricen zijde in de boedel is, uitgezonderd haar kleren, linnen ende wollen goed tot haar lijf behorende, mitsgaders haar zilverwerk ende potgeld, twelk mede aan testatricen zijde zal blijven ende succederen, volgens haar testament dat zij opten 13e mei anno 1623 voor mij, notaris, ende getuigen gepasseerd heeft, ende zij als nog bij desen approbeert, voor zoveel het deze niet tegenspreekt. Ende de testateur eerst overlijdende: heeft zijn huisvrouwe testatrice, boven de twaalfhondert guldens die zij uit kracht van hare huwelixe voorwaerden als douarie uit des testateurs nagelaten goederen zal ontvangen, nog gelegateerd ende bespraken, een somma van honderdvijftig Carolus guldens jaarlijks, haar leven lang durende, ende langer niet, uit zijn naergelaten gereedste goederen te ontvangen, ende dat in plaats van de helft van de winning ende conquesten staende huwelijk gevallen, die haar uit den boedel voor haar gedeelte zou mogen competeren. Waarmede testatrix verklaarde tevreden te zijn, zonder iets meer uit de boedel van haar man te zullen of willen trekken, noch daarop iets anders te mogen pretenderen dan wat zij ten huwelijk ingebracht heeft, ende volgens hare huwelixe voorwaerden vrij bedongen heeft. Daarbeneffens heeft de testateur zijn twee zonen, als Nathanael ende Dirck Claesz Berckman, geprocreëerd bij wijlen zijn eerste huisvrouwe Marijtgen, geprelegateerd ende als een vrije vooruitgave gemaeckt ende besproken: elk een somma van duizend Carolus guldens eens, na zijn overlijden uit zijn gereedste nagelaten goederen te ontvangen, boven de twaalfhondert guldens die zijn twee zonen van hun zalige moeder bij testamente gelegateerd zijn, ende die hij, testateur, verklaarde onder zich ende in zijn handen te hebben — omdat de vruchten ende renten van die kapitale goederen van zijn zonen, hun van hun zalige moeder aangekomen, mede in zijn boedel van tijd tot tijd zijn ingekomen ende deze verbeterd hebben, alsmede om andere, hem bewegende redenen. Welke duizend gulden elk de testateur wil dat, bij versterf zonder wettige blijkende geboorte, van de een op de ander van zijn zonen zal devolveren ende succederen. Voorts institueert hij, in al zijn andere na te laten roerende ende onroerende goederen, actiën ende crediten, zijn twee zonen, mitsgaders zijn dochter Trijntgen Claes — welke hij bij zijn tweede huisvrouwe Trijn Jacobs Clonck geprocreëerd heeft — tezamen, hoofd voor hoofd, tot gelijke deling, of elk hun afstammelingen bij representatie, tot zijn enige ende universele erfgenamen, om zijn nagelaten goederen bij tijde van zijn overlijden met volkomen recht van institutie met elkander te verdelen ende te schiften; onverkort blijft zijn voornoemde huisvrouw in de honderdvijftig gulden jaarlijks, haar leven lang durende, haar bij dezen bespraken. Wel verstaande dat het erfdeel van zijn dochter Trijntgen Claes, mocht deze zonder wettige geboorte overlijden, weer zal succederen ende vervallen aan des testateurs eigen zijde ende linie, zonder dat zijn dochter dat deel op enige wijze — bij contract, dispositie of andere making — zal mogen vervreemden. Ten slotte hebben de testateuren zich voorbehouden, dat hetgeen zij naderhand, tezamen of ieder afzonderlijk, eigenhandig, schriftelijk of mondeling nog mochten bespreken, evenveel kracht ende waarde zal hebben alsof het woordelijk in dit instrument was ingevoegd. Al hetwelk voorschreven verclaarden de testateuren, ende verklaren bij dezen, te wezen hun testament, dispositie ende laatste wille, begerende dat zulks in alle punten ende delen zal worden nagekomen ende geëffectueerd, op de sterkste ende meest gepaste wijze die rechtens mogelijk is. Aldus gedaan ende gepasseerd te Amsterdam, ten woonhuize van de testateuren, ter presentie van Gerrit Harmensz Gijselaer ende Jan Schut, als getuigen hiertoe speciaal vereist. Anno et die ut supra [in het jaar en op de dag als hierboven].

Opvallend: de akte verwijst naar Trijntgens eigen testament als gepasseerd op "13 mei 1623", terwijl de volledige transcriptie eerder op deze pagina steeds als datum 22 oktober 1622 laat zien. Mogelijk is het testament van 1622 later, op 13 mei 1623, nog eens herbevestigd of in een tweede exemplaar gepasseerd — dit verdient controle aan de hand van de originele registers.

De chirurgijn Claes Dircksz Berckman

In het begin van de zeventiende eeuw stond het Oude Stadhuis van Amsterdam aan de westzijde van de Dam, direct naast de Gasthuissteeg — de straat waar Claes Dircksz Berckman en Trijntgen Verniers woonden, en waar Claes zijn chirurgijnspraktijk had (de steeg heet tegenwoordig de Paleisstraat). In de kelders van dat stadhuis bevonden zich de gevangeniscellen (de zogeheten "boeien") en een pijnkamer, waar verdachten aan een "scherp examen" (rechtsgeldige verhoormarteling) konden worden onderworpen. Na zo'n verhoor werd de gemartelde — destijds de "patiënt" genoemd — opgelapt door een chirurgijn, die daarvoor een kastje met zalfjes en medicijnen vlak bij de pijnkamer tot zijn beschikking had.

Of Claes Dircksz Berckman zelf ooit voor zo'n taak is ingezet, is niet gedocumenteerd — maar zijn chirurgijnswinkel lag wel vrijwel op een steenworp afstand van de pijnkamer (het pand in de Gasthuissteeg werd in 1611 door hem aangekocht), en stads- en gildechirurgijns uit de directe omgeving werden in die tijd geregeld door de schepenen opgeroepen voor dit soort werk in het stadhuis. Een intrigerende gedachte bij een man die verder alleen bekend is uit de rustige taal van testamenten.

Achtergrond: Oude Stadhuis van Amsterdam (Wikipedia), Over Amsterdam — de martelkamer van het Paleis op de Dam.

Nog een kleine, veel latere naklank: in een akte van 24 november 1769 in Amsterdam (notaris Hermanus van Heel) draagt koopman Arnout de l'Hommel een obligatie over die op naam stond van Maria Verniers tot Weesp, eerder verkregen van de erfgenamen van Marretje Willems — die "in een eerder huwelijk door Laurens Verniers" kinderen had gekregen (Transkribus/Amsterdam City Archives). Deze Laurens en Maria Verniers horen, gezien de tijdspanne, tot een veel latere generatie dan Pieter Lourensz Verniers hierboven — eerder een achterkleinkind of verdere afstammeling. Los akte-detail, geen hoofdbewijs: de akte van 1656 hierboven is nu het sterkere bewijsstuk voor de Weesp-tak. Zie naslagwerk, Bron 49 voor de volledige transcriptie.