In april 2016 meldde de PZC een bijzondere vondst: in de band van een 17e-eeuws belastingregister uit het archief van de Zeeuwse Rekenkamer bleken twee zeldzame almanakken verwerkt te zitten (PZC, 22 april 2016). De restaurator van het Zeeuws Archief had de registers gerestaureerd en daarbij ontdekt dat de ruggen verstevigd waren met oude, afgesneden almanakjes — kennelijk niet meer verkochte jaarboekjes die na afloop van het jaar hun waarde verloren en daarom werden hergebruikt als bindmateriaal.

Ik wist dat Abraham Verniers rond diezelfde tijd een almanak had geschreven, en nam eind 2024 daarom contact op met de restaurator. Zij bevestigde: een van de twee gevonden almanakken was inderdaad die van Abraham — de Middelburgse Almanach voor het jaar 1603, oorspronkelijk zo'n 90 bij 60 mm groot, gevonden in het archief van de Rekenkamer Zeeland (Gedeponeerde archieven II, toegangsnummer 512, inventarisnummer 134). Achter de almanak bleek ook nog een prognosticatie uit 1595 meegebonden te zijn.

In 2025 bracht het Zeeuws Archief, ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum, het tijdschrift Een Zee van Tijd uit, met daarin een uitgebreide beschrijving van deze vondst (Zeeuws Archief, 2025, blz. 74–75). Daaruit blijkt dat de twee registers deel uitmaken van de rekeningenserie van de "ordinaris domeinen Bewesten Schelde" — in de middeleeuwen grondbezit en rechten van de Graven en Gravinnen van Zeeland, ruwweg vergelijkbaar met het huidige midden-Zeeland. De serie is afkomstig uit het bezit van rentmeester-generaal Pieter van der Hooghe, die rond 1600 verantwoordelijk was voor het financiële beheer van deze domeinen. De registers hebben een band van perkament (kalfsleer); normaal werd voor de verstijving van zo'n rug opgevouwen perkament of papier gebruikt, maar bij deze twee exemplaren had de boekbinder kleine almanakjes op maat gehakt en ingebonden — ongeveer een derde van elk almanakje werd daarbij afgesneden.

Fragment van de Middelburgse Almanach van Abraham Verniers, 1603

Fragment van de almanakband, teruggevonden in de rug van een 17e-eeuws belastingregister — foto: Zeeuws Archief

Tweede fragment van de Middelburgse Almanach van Abraham Verniers, 1603

Tweede fragment, met sporen van de oorspronkelijke band — foto: Zeeuws Archief

De almanak werd uitgegeven door Barent Langenes in Middelburg, die behalve uitgever ook boekhandelaar was en een winkel had in de Gravestraat, waar hij boeken, papier en kaarten verkocht. Gedrukt werd het almanakje vermoedelijk door een bekende Haarlemse drukker: Gillis Rooman. Het almanakje zelf is gebonden in een bandje van rood, met meekrap geverfd schapenleer, met strengels (in elkaar gedraaide reepjes perkament) aan het boekblok bevestigd. Het voorplat is in goud bestempeld met het wapen van Zeeland, dat van de Eerste Edele (vertegenwoordiger van de stadhouder) en de steden Middelburg, Goes, Vlissingen en Veere; oorspronkelijk, vóór het almanakje op maat werd gehakt om in de rug te passen, stonden ook Zierikzee, Reimerswaal en Tholen erop. Op het achterplat staat het wapen van stadhouder Prins Maurits.

Naast een kalender voor 1603 bevat de almanak medische informatie over de pest en nuttige voorschriften daartegen — passend bij de astromedische traditie waarin geneeskunde en sterrenkunde nauw verweven waren. Een van deze twee gehalveerde almanakjes bleek ooit in een bijzondere, kunstig versierde band te hebben gezeten, beschreven in de tentoonstellingscatalogus Catalogus goud en velijn: Middelburgse boekbanden van de 17de tot de 19de eeuw (Zeeuwse Bibliotheek Middelburg, 1992) (De Gulden Passer, 2013).

Ik was Abraham al eerder tegengekomen in het werk van almanakhistoricus Jeroen Salman. In Populair drukwerk in de Gouden Eeuw: De almanak als lectuur en handelswaar beschrijft Salman hoe de Middelburgse Almanach van Abraham Verniers voor 1603, in weerwil van een gildeordonnantie uit 1589 die dat niet langer voorschreef, nog steeds dagelijkse medische instructies en een aderlaatkalender bevatte — een opvallend staaltje van de zogeheten astromedische traditie. Salman bespreekt deze vondst in het Zeeuws Archief ook in zijn boek Een handdruk van de tijd: De almanak en het dagelijks leven in de Nederlanden, 1500–1700, en beschreef het exemplaar in 1999 voor het eerst wetenschappelijk. Daarin staat ook een detail dat nog niet eerder op deze site stond: Abraham woonde in Haarlem en noemde zichzelf distillateur — een ongebruikelijk beroep voor een almanakberekenaar, maar een van de vele ambachten die binnen de familie voorkwamen (De Gulden Passer, 2013).

Het tweede register uit dezelfde rekeningenserie bleek een ander, jonger almanakje in de rug verstopt te hebben — en de identificatie daarvan is zelf een klein speurverhaal. Salman vermoedde in 1999 al dat het om een almanak voor 1604 ging, maar kon de auteur niet thuisbrengen en liet het exemplaar daarom buiten zijn catalogus. Pas onderzoekers van De Gulden Passer (2013) losten het raadsel op: op de titelpagina was van de achternaam alleen het fragment "manicum" leesbaar, maar bij het uit elkaar halen van het oorspronkelijk gehalveerde boekje bleek een klein stukje van diezelfde titelpagina elders bewaard — met daarop, onder de "n" van "Almanack", nog een losse "A". Dat leidde naar de in Amsterdam bekende almanakberekenaar Ambrosius Germanicus, die zichzelf "Liefhebber der Astronomie" noemde en van 1586 tot 1609 vrijwel jaarlijks een almanak liet drukken, bijna altijd bij Cornelis Claesz. Dat het specifiek om het jaar 1604 ging, werd bevestigd door een cijfer "04" op de keerzijde van de titelpagina, en nog eens dubbel gecheckt via de maanfasetabel voor april, die een nieuwe maan op 29 april voorspelt — precies de datum waarop die in 1604 daadwerkelijk viel (De Gulden Passer, 2013). Na onderzoek is de band met Abrahams almanak weer teruggebonden in de rug; de andere band is met opzet niet opnieuw dichtgemaakt, zodat het almanakje van Ambrosius Germanicus zichtbaar en raadpleegbaar blijft.

Dezelfde onderzoekers van De Gulden Passer opperen nog een vraag over Abraham zelf: zou hij een zoon kunnen zijn van Jan Verniers, "Geometrist der stede van Gendt", die tussen 1587 en 1592 enkele almanakken en prognosticaties uitbracht in Gent en Antwerpen? Die Jan Verniers is dezelfde schoolmeester en landmeter waarover een apart Verborgen Verhaal gaat. Het is een vraag die vooral terug te vinden is in oudere teksten uit het einde van de negentiende eeuw. Eigen onderzoek heeft intussen aangetoond dat Abraham wel degelijk een zoon is van onze stamvader Laurens Verniers — dat staat vast. Of er, via een andere lijn, alsnog een verwantschap bestaat tussen de Gentse schoolmeestersfamilie en de onze, blijft een vraag die verder wordt onderzocht.

De naam Verniers duikt in Salmans werk vaker op, in verband met een groep almanakschrijvers die in Gent woonden en hun almanakken vermoedelijk in Antwerpen lieten drukken. Dit sluit aan bij wat inmiddels over de bredere familie bekend is: de Verniers waren op de vlucht voor de Spaanse Inquisitie, met wortels in Gent of Antwerpen. Daarover gaat het Verborgen Verhaal over de Gentse schoolmeesters.

Voor een scherpere versie van de foto's wordt nog toestemming aan Jeroen Salman gevraagd. Lees ook: Abraham Verniers: een leven zonder erfgenamen.