Dit verhaal verzamelt alle losse, verspreide vermeldingen van de naam Vernier(s) die tijdens dit onderzoek zijn opgedoken buiten de drie hoofdsporen van deze site (de bevestigde stamlijn, de Mechelse familie rond kapitein Pieter Vernier, en de Gentse schoolmeesters). Ze zijn hier bewust samengebracht, apart van de rest, omdat geen van deze vondsten een aangetoonde band heeft met onze eigen familie — maar de opeenstapeling van de naam, over ruim vijf eeuwen en heel Europa, is te opmerkelijk om niet vast te leggen.
Verspreide sporen: de naam Vernier(s) door Europa, 15e–18e eeuw
Los van de Mechelse akten hierboven duiken, verspreid over bijna drie eeuwen en verschillende landsgrenzen, nog meer vermeldingen van de naam Vernier(s) op — van Leuven tot Rome. Geen van deze vondsten bewijst op zichzelf een familieband, met elkaar of met kapitein Pieter Vernier: de naam komt in de Zuidelijke Nederlanden en de aangrenzende gebieden eenvoudigweg vaker voor. Ze staan hier daarom bewust los van elkaar, als aanknopingspunten voor verder onderzoek — niet als schakels in één kant-en-klare stamboom.
Egidius (Gillis) Vernier, Leuven, 1437. De oudste vondst in dit rijtje: een akte waarin Egidius Vernier verschillende goederen in Leuven overdraagt aan de dominicanen, tegen een erfelijke rente (Rijksarchief Leuven). Zo'n constructie — onroerend goed inbrengen tegen een vaste jaarlijkse rente — veronderstelt een zekere welstand; een gewone dagloner komt zelden op deze manier in een kloosterarchief voor.
Bertram Verniers, Elsegem, 1576. In het renteboek van de graaf van Nevers voor de parochie Elsegem (tussen Oudenaarde en Kortrijk) staat Bertram Verniers vermeld als de ontvanger die het boek in 1576 vernieuwde, gecollationneerd in 1577 (Rijksarchief Kortrijk). Een ontvanger van heerlijke renten moest kunnen lezen, schrijven en rekenen, en verantwoording afleggen aan de heer — een administratieve functie die bij de lokale burgerij of lagere bestuurlijke laag hoorde.
Een advocaat Vernier bij de Staten-Generaal, 1611. In een resolutie van 22 september 1611 wordt een "Vernier" genoemd als een van de advocaten — naast R. van Amstelredam, Berendrecht, Van Cuyck en Van Stryen — die een juridische consultatie opstelden voor de Staten-Generaal, in een zaak van de prinsen van Nassau over de smelterijen van Salm/Solms in Bourgondië (Goetgevonden). Een voornaam wordt niet gegeven; alleen de achternaam Vernier staat in de tekst.
Een vermoedelijk andere naam: "Vernier, ook Wernard, comte d'Oostfrize", 1611. In hetzelfde jaar duikt in de inventaris van de Grote Raad van Mechelen een erfeniszaak op tussen Claude d'Argenteau, heer van Ochain, en "Vernier (ook: Wernard), comte d'Oostfrize" (Algemeen Rijksarchief). De dubbele naamsvorm (Vernier/Wernard) in de inventaris, gecombineerd met de gravelijke titel van Oost-Friesland, wijst eerder op een onzeker gelezen Duitse of Friese adellijke naam dan op de Mechelse familie Vernier — deze vermelding wordt hier dan ook met nadrukkelijk voorbehoud opgenomen.
"Sieur Verniers", auditeur van de Rekenkamer, 1700. Bijna een eeuw later duikt de naam weer op in een financieel geschil bij het Office Fiscal van de Grote Raad van Mechelen: heer Verniers, auditeur van de Rekenkamer, werd door advocaat Vanderelstraeten aangesproken op een bedrag van 2.691 gulden, 16 stuivers en 6 penningen uit de inning van vervallen (aan de koning toegevallen) goederen (Algemeen Rijksarchief). Een auditeur van de Rekenkamer controleerde de rekeningen van ontvangers en domeingoederen — een functie in de hogere financieel-administratieve laag van de Zuidelijke Nederlanden.
François Vernier, leerjongen bij Jean Le Clerc, Nancy, 1628. Volgens een kunsthistorische bron over de Lotharingse schilder Jean Le Clerc nam deze in 1628 "François Vernier, filleul du duc François" (petekind van hertog François (II) van Lotharingen) twee jaar in de leer, tegen 400 francs — de exacte notariële oorspronkelijke akte is nog niet teruggevonden. Le Clerc leidde in diezelfde periode ook de latere schilder Jean Tassel (1608-1667) op. Een hertogelijk petekind zijn duidt op een zekere sociale status of hofconnectie van de ouders, al zegt de summiere secundaire vermelding niets over wie die ouders waren.
Francesco Vernieri, schilder te Rome, 1639-1643. Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) vermeldt een schilder Francesco Vernieri, tussen 1639 en 1642 woonachtig aan de Via Vittoria in Rome, bij de eveneens Vlaamse schilder Artus del Monte; in 1643 voegde zich een "Rinaldo Magnifico, pittore fiamengo" bij hen (RKD, Francesco Vernieri) (RKD, Artus del Monte). Del Monte's eigen RKD-vermelding noemt hem in 1639 "François Vernier (Francesco Vernieri) from Liège", en het jaar erna "Francesco Bernini, painter". RKD-onderzoeker J. Kosten oppert in 2023 dat "Bernini/Bernieri" een Italiaanse verbastering kan zijn van de in de Zuidelijke Nederlanden bekende naam Verniers, en dat zijn oorspronkelijke naam mogelijk "François Verniers" was. Chronologisch zou deze Francesco/François goed passen bij de leerjongen van Jean Le Clerc uit 1628 (een leeftijd van pakweg 12 tot 18 jaar bij aanvang van die leertijd zou een geboortejaar rond 1610-1616 geven, en een zelfstandige vermelding als schilder in Rome vanaf 1639 sluit daar chronologisch goed op aan) — maar een document dat beide met elkaar verbindt, is er niet.
Maria Verniers, Gent, 1646. Op 30 april 1646 huwde in Gent een Maria Verniers met Jodocus van der Mandere (geb. 1618), secretaris, overleden 9 september 1676; Maria zelf overleed op 29 april 1703 (Vorsterman van Oijen, 1888). Het echtpaar kreeg drie kinderen: Adelgonde, die achtereenvolgens huwde met Jean van der Brughen (doctor in de beide rechten) en Gaspard Darsaert; Jean Baptiste, geestelijke bij de Augustijnen; en Philippus François van der Mandere (1652-1719), die het tot ridder en raadsheer in de Raad van Vlaanderen bracht en huwde met een dochter uit de familie De Vriese-De Burlaere. Via die laatste tak vertakte de familie Van der Mandere zich verder in de hoogste kringen van de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden: raadsheren van Brabant, schepenen en burgemeesters van Gent, Vlissingen en Middelburg, en bewindhebbers van de VOC.
Van een familieband met de andere Verniers-sporen op deze site is niets aangetoond — Maria wordt hier vermeld om een andere reden: haar huwelijk laat zien dat de naam Verniers in het Gent van de zeventiende eeuw niet alleen bij schoolmeesters en rekenmeesters voorkwam, maar via haar ook rechtstreeks de hogere, notabele kringen van secretarissen en raadsheren binnendrong.
Kapitein Vernier, Regiment van Varenne, 1710. Nog een eeuw later duikt opnieuw een militaire Vernier op, dit keer in het leger van de Republiek zelf: het Generaal Register van de resoluties van de Staten van Holland en West-Friesland vermeldt op 6 juni 1710 "het rappel van de Plato, capitein in het Regiment van den Kroonprins van Pruissen, en surrogatie van Vernier, capitein onder het Regiment van Varenne in dessels plaats" — ofwel: kapitein Plato werd teruggeroepen, en Vernier volgde hem als kapitein op in het Regiment van Varenne (Generaal Register, Staten van Holland). Ook hier ontbreekt een voornaam. Met meer dan een eeuw tussen deze vermelding en kapitein Pieter Verniers dood in 1593 is een rechtstreeks verband allerminst vanzelfsprekend — maar het past wel in het terugkerende patroon van Verniers in krijgsdienst bij de Republiek.
De familie Vernier in de Franche-Comté en Zwitserland
Een heel andere, geheel toevallige vondst: tijdens herkomstonderzoek naar een adellijke familie aan de hand van een atlas uit 1628 dook, geheel los van dat eigenlijke onderzoek, een schat aan informatie op over een familie Vernier in het oosten van Frankrijk (de Franche-Comté, met name de streek rond Besançon en Doubs) en aangrenzend Zwitserland. Ook hier geldt onverkort: er is geen enkele aanwijzing van een band met onze eigen familie. Maar de naam komt er, over ruim drie eeuwen, opvallend vaak voor — en regelmatig in de hogere regionen van bezit en bestuur, tot en met een baronstitel toe.
De bron is een archiefinventaris van de Archives d'usage van het departement Doubs: de reeks "7E, Titres de familles", samengesteld door M. Babey en A. Dornier (Babey & Dornier). Onderstaande tabel zet de losse vermeldingen van de naam Vernier uit die inventaris op een rij, in volgorde van de akten waarin ze voorkomen:
This story brings together all the loose, scattered mentions of the name Vernier(s) that turned up during this research outside the three main threads of this site (the confirmed family line, the Mechelen family around captain Pieter Vernier, and the Ghent schoolmasters). They are deliberately gathered here, apart from the rest, because none of these finds has a demonstrated tie to our own family — but the sheer accumulation of the name, across more than five centuries and the whole of Europe, is too remarkable not to record.
Scattered traces: the name Vernier(s) across Europe, 15th–18th century
Apart from the Mechelen deeds above, spread over nearly three centuries and across different national borders, further mentions of the name Vernier(s) turn up — from Leuven to Rome. None of these finds on its own proves a family tie, either to one another or to captain Pieter Vernier: the name simply occurs more often in the Southern Netherlands and neighbouring regions. They are therefore deliberately kept separate here, as leads for further research — not as links in one ready-made family tree.
Egidius (Gillis) Vernier, Leuven, 1437. The oldest find in this list: a deed in which Egidius Vernier transfers various properties in Leuven to the Dominicans, in exchange for a hereditary annuity (Leuven State Archives). Such an arrangement — putting in real estate in exchange for a fixed annual annuity — presupposes a certain wealth; an ordinary day-labourer rarely appears in a monastic archive in this way.
Bertram Verniers, Elsegem, 1576. In the rent register of the Count of Nevers for the parish of Elsegem (between Oudenaarde and Kortrijk), Bertram Verniers is recorded as the receiver who renewed the register in 1576, collated in 1577 (Kortrijk State Archives). A receiver of manorial rents had to be able to read, write and calculate, and to account to the lord — an administrative post belonging to the local citizenry or a lower administrative tier.
A lawyer named Vernier at the States-General, 1611. In a resolution of 22 September 1611, a "Vernier" is named as one of the lawyers — alongside R. van Amstelredam, Berendrecht, Van Cuyck and Van Stryen — who drew up a legal consultation for the States-General, in a case brought by the princes of Nassau concerning the smelting works of Salm/Solms in Burgundy (Goetgevonden). No first name is given; only the surname Vernier appears in the text.
Possibly a different name: "Vernier, also Wernard, comte d'Oostfrize", 1611. In the same year, an inheritance case turns up in the inventory of the Great Council of Mechelen between Claude d'Argenteau, lord of Ochain, and "Vernier (also: Wernard), comte d'Oostfrize" (Count of East Frisia) (General State Archives). The double form of the name (Vernier/Wernard) in the inventory, combined with the comital title of East Frisia, points more towards an uncertainly transcribed German or Frisian noble name than towards the Mechelen Vernier family — this entry is therefore included here with explicit reservation.
"Sieur Verniers", auditor of the Chamber of Accounts, 1700. Almost a century later the name resurfaces in a financial dispute before the Office Fiscal of the Great Council of Mechelen: master Verniers, auditor of the Chamber of Accounts, was pursued by lawyer Vanderelstraeten for an amount of 2,691 guilders, 16 stuivers and 6 penningen from the collection of forfeited goods (fallen to the crown) (General State Archives). An auditor of the Chamber of Accounts checked the accounts of receivers and crown lands — a post in the higher financial-administrative tier of the Southern Netherlands.
François Vernier, apprentice to Jean Le Clerc, Nancy, 1628. According to an art-historical source on the Lorraine painter Jean Le Clerc, in 1628 he took on "François Vernier, filleul du duc François" (godson of Duke François (II) of Lorraine) as an apprentice for two years, for 400 francs — the exact original notarial deed has not yet been recovered. Le Clerc also trained the later painter Jean Tassel (1608-1667) in this same period. Being a ducal godson suggests a certain social standing or court connection of the parents, though the brief secondary mention says nothing about who those parents were.
Francesco Vernieri, painter in Rome, 1639-1643. The Netherlands Institute for Art History (RKD) records a painter Francesco Vernieri, living on the Via Vittoria in Rome between 1639 and 1642, with the likewise Flemish painter Artus del Monte; in 1643 a "Rinaldo Magnifico, pittore fiamengo" joined them (RKD, Francesco Vernieri) (RKD, Artus del Monte). Del Monte's own RKD entry calls him, in 1639, "François Vernier (Francesco Vernieri) from Liège", and the following year "Francesco Bernini, painter". RKD researcher J. Kosten suggested in 2023 that "Bernini/Bernieri" may be an Italian corruption of the name Verniers, known in the Southern Netherlands, and that his original name may have been "François Verniers". Chronologically this Francesco/François would fit well with Jean Le Clerc's 1628 apprentice (an age of roughly 12 to 18 at the start of that apprenticeship would give a birth year around 1610-1616, and an independent mention as a painter in Rome from 1639 fits that chronology well) — but no document links the two.
Maria Verniers, Ghent, 1646. On 30 April 1646, a Maria Verniers married Jodocus van der Mandere (b. 1618), a secretary, who died 9 September 1676; Maria herself died on 29 April 1703 (Vorsterman van Oijen, 1888). The couple had three children: Adelgonde, who married successively Jean van der Brughen (doctor of both laws) and Gaspard Darsaert; Jean Baptiste, a clergyman among the Augustinians; and Philippus François van der Mandere (1652-1719), who rose to become a knight and councillor in the Council of Flanders and married a daughter of the De Vriese-De Burlaere family. Through that last branch the Van der Mandere family further extended into the highest circles of the Southern and Northern Netherlands: councillors of Brabant, aldermen and mayors of Ghent, Vlissingen and Middelburg, and directors of the VOC.
Nothing has been demonstrated of a family tie to the other Verniers traces on this site — Maria is mentioned here for a different reason: her marriage shows that the name Verniers in seventeenth-century Ghent occurred not only among schoolmasters and arithmetic masters, but through her also reached directly into the higher, notable circles of secretaries and councillors.
Captain Vernier, Regiment of Varenne, 1710. A further century later another military Vernier turns up, this time in the army of the Republic itself: the General Register of the resolutions of the States of Holland and West Friesland records, on 6 June 1710, "the recall of Plato, captain in the Regiment of the Crown Prince of Prussia, and the surrogation of Vernier, captain under the Regiment of Varenne in his place" — that is: captain Plato was recalled, and Vernier succeeded him as captain in the Regiment of Varenne (General Register, States of Holland). Again no first name is given. With more than a century between this mention and captain Pieter Vernier's death in 1593, a direct connection is by no means obvious — but it does fit the recurring pattern of Verniers in military service to the Republic.
The Vernier family in the Franche-Comté and Switzerland
A quite different, entirely coincidental find: during research into the origins of a noble family using an atlas from 1628, and completely unrelated to that actual research, a wealth of information turned up about a Vernier family in eastern France (the Franche-Comté, particularly the area around Besançon and Doubs) and neighbouring Switzerland. Here too the same applies without qualification: there is no indication whatsoever of a tie to our own family. But the name occurs there, over more than three centuries, remarkably often — and regularly in the higher ranks of property and administration, up to and including a baronial title.
The source is an archival inventory of the Archives d'usage of the Doubs department: the series "7E, Titres de familles", compiled by M. Babey and A. Dornier (Babey & Dornier). The table below sets out the individual mentions of the name Vernier from that inventory, in the order of the deeds in which they occur:
| NaamName |
PeriodePeriod |
Positie / contextPosition / context |
| Jean Vernier | 1510 | Verkocht onroerend goed aan kapelaan Pierre Bardey (Bolandoz)Sold real estate to chaplain Pierre Bardey (Bolandoz) |
| Othenin Vernier | 1513 | Stelde een rente vast ten gunste van Jean MarquisEstablished an annuity in favour of Jean Marquis |
| Etienne Vernier | 1520 | Ontving een erfpachtcontract van Jean de Scey, heer van Fertans, voor 12 émines korenReceived a leasehold contract from Jean de Scey, lord of Fertans, for 12 émines of grain |
| Catherine Vernier | 1529 | Echtgenote van Jean Dumay, heer van Parthey; samen stichtten zij een kapel in de kerk van de Cordeliers te DoleWife of Jean Dumay, lord of Parthey; together they founded a chapel in the church of the Cordeliers at Dole |
| Guillaume Vernier dit Malgirard | 1450 | Droeg visvijvers over te CourchaponTransferred fishponds at Courchapon |
| Guillaume Vernier, van Bolandoz | 1566 | Ruilde onroerend goed met Othenin Clément, van CléronExchanged real estate with Othenin Clément, of Cléron |
| le sieur Vernier | 1610 | Partij bij een ruil van onroerend goed te Déservillers, met de familie de Voisey/de CléronParty to an exchange of real estate at Déservillers, with the de Voisey/de Cléron family |
| Paul Vernier | 1618 | Genoemd in de cijnsverklaringen van de heerlijkheid FertansNamed in the rent declarations of the seigneury of Fertans |
| Mathieu de Vernier | 1628–1664 | Kocht onroerend goed te Orchamps-Vennes (1628), later "bij decreet" verkocht (1664)Bought real estate at Orchamps-Vennes (1628), later sold "by decree" (1664) |
| Mathieu de Vernier / baron de Vernier | 1636–1684 | Ontving in 1636 een baronstitel van keizer Ferdinand II; "baron de Vernier" genoemd bij troepenbewegingen tijdens de oorlogen vanaf 1636, en in een lijst van heren en edelen 1672-1684Received a baronial title from Emperor Ferdinand II in 1636; named "baron de Vernier" in connection with troop movements during the wars from 1636 onward, and in a list of lords and nobles 1672-1684 |
| Jean-François Vernier | 1677–1698 | Genoemd in een cijnsboek van de familie Prime (Bolandoz)Named in a rent book of the Prime family (Bolandoz) |
| Claude Vernier | 16e–18e eeuw | Verweerder in een proces aangespannen door Françoise GillebertDefendant in a lawsuit brought by Françoise Gillebert |
| Etiennette & Philiberte Vernier, van Lons-le-Saunier | 1649–1781 | Voerden een proces tegen Jeanne-Baptiste Vernier, weduwe van Jean-Baptiste DaguetBrought a lawsuit against Jeanne-Baptiste Vernier, widow of Jean-Baptiste Daguet |
| Jeanne-Baptiste Vernier | (zelfde dossier)(same file) | Weduwe van Jean-Baptiste Daguet, tegenpartij in bovenstaand procesWidow of Jean-Baptiste Daguet, opposing party in the lawsuit above |
| Jean Vernier, heer van Blesney | 1680 | Voerde een proces tegen Charles-Louis Moreau, van Pont-du-NavoyBrought a lawsuit against Charles-Louis Moreau, of Pont-du-Navoy |
| Marie Vernier, van Sens | 1771–1788 | Huurde een molen (1771), kocht die later (1780), voerde een proces met kanunnik Matherot (1780-1788)Rented a mill (1771), later bought it (1780), had a lawsuit with canon Matherot (1780-1788) |
| Charles-Guillaume Vernier, van Bians, heer van Usier | 1784 | Verleende een erfpachtcontract aan Jean-Claude Girard, te Goux-les-UsiersGranted a leasehold contract to Jean-Claude Girard, at Goux-les-Usiers |
Bron voor de gehele tabel: Babey & Dornier, Titres de familles, Archives d'usage du Doubs, série 7E. Meerdere vermeldingen betreffen dezelfde persoon op verschillende momenten; waar dat aannemelijk is, is dat in de tabel aangegeven.
Het patroon dat uit deze tabel oprijst, is opvallend consistent met wat elders op deze site al is gezien bij andere, eveneens ongekoppelde Vernier-sporen: een naam die generatie na generatie terugkeert in transacties van grond en cijnzen, rechtszaken, en — met de baronstitel van Mathieu de Vernier in 1636 en de heerlijkheden van Jean Vernier (Blesney) en Charles-Guillaume Vernier (Usier) — ook in de eigenlijke adel en het lagere landsheerlijke bestuur.
De Franche-Comté en de Doubs liggen dan ook precies in de streek waar de naam Vernier van oudsher veel voorkomt. Voor Frans genealogisch onderzoek naar de naam Vernier (en mogelijke varianten als Vernède of de Vernier) bestaan uitstekende gespecialiseerde bronnen en databases. De naam is van oorsprong een Franse topografische naam voor iemand die bij een elzenboom (verne) woonde — opvallend genoeg dezelfde wortel als een van de hypotheses over onze eigen familienaam op de pagina over de familienaam — of een variant van de Germaanse voornaam Garnier/Varnier. Historisch gezien komt de naam veel voor in het oosten van Frankrijk, met name in de Franche-Comté en de Doubs.
Een verklaring voor de naam: de heilige Vernier
Waarom komt de naam Vernier nu juist in de Franche-Comté zo opvallend vaak voor? Een aannemelijke verklaring is de verering van de heilige Vernier (ook wel Sint-Verny), patroonheilige van de wijnbouwers, wiens verhaal teruggaat op een Duitse jongen: Werner van Oberwesel (ook Werner van Womrath of Werner van Bacharach), geboren in 1271 te Womrath en in 1287, op zestienjarige leeftijd, vermoord. Zijn lichaam werd met Goede Vrijdag van dat jaar gevonden bij Bacharach aan de Rijn. De volksoverlevering schreef de moord destijds, zonder bewijs, toe aan de Joodse gemeenschap — een van de vele middeleeuwse rituele-moordbeschuldigingen tegen Joden in die streek en periode — later verschoof het verhaal naar een vermeende hostieschennis. Werner werd als martelaar vereerd en in 1429 heilig verklaard (Wikipedia, Vernier d'Oberwesel).
De verering van deze Duitse heilige verspreidde zich, onder de naam Vernier, uitgerekend naar de Franche-Comté: de eerste Franse broederschap werd in 1548 opgericht in Besançon, waar een relikwie (een vinger) van de heilige werd binnengebracht. Vandaar verspreidde de verering zich stroomopwaarts langs de Loue, naar precies dezelfde dorpen die in de archiefstukken hierboven telkens terugkeren: Ornans, Vuillafans en Mouthier. In de Jura volgden broederschappen in Arbois (1627), Dole, Poligny en Lons-le-Saunier — ook weer plaatsen die in de tabel hieronder voorkomen. Als patroon van de wijnbouwers moest de heilige Vernier de wijngaard beschermen tegen noodweer en zorgen voor een goede oogst; zijn attributen waren een snoeimes, een houweel, een vilthoed en een wijnvaatje. Elders in Frankrijk stond hij bekend als Sint-Verny (Auvergne) of Sint-Vernier (Bourgondië) (Wikipedia, Vernier d'Oberwesel).
Met andere woorden: in een streek waar praktisch elk dorp een eigen broederschap van Sint-Vernier had, is het weinig verwonderlijk dat "Vernier" er ook als doopnaam, en van daaruit als achternaam, veelvuldig voorkwam — los van de Germaanse Werner-herkomst, de toponymische elzenboom-verklaring of de beroepsnaamverklaring die elders op deze site voor de Vlaamse tak van de naam worden besproken. Het is een derde, regionaal heel andere verklaring voor dezelfde naam, en weer een extra reden om deze Franc-Comtoise Verniers niet zomaar met onze eigen familie te verbinden.
Het plaatsje Vernier, kanton Genève
Net over de Zwitserse grens, in het kanton Genève, ligt de gemeente Vernier, een voorstad van Genève (Wikipedia) (vernier.ch). Met zo'n 768 hectare is het qua oppervlakte een van de grotere gemeenten van het kanton, en met ruim 35.000 inwoners de op één na volkrijkste gemeente van Genève, na de stad zelf. De plaats bestaat uit verschillende wijken: Vernier-Village, Le Lignon, Aïre, Les Avanchets, Cointrin en Châtelaine.
Een korte geschiedenis van Vernier, in de eigen woorden van de gemeente
De gemeente Vernier vertelt haar eigen geschiedenis op haar website, en dat verhaal is de moeite van het navertellen waard. Bij de bouw van de school van Châtelaine, in 1915, kwamen bij opgravingen muilezel- en paardenhoefijzers uit de tijd van Julius Caesar aan het licht. Het dorp lag aan de Romeinse weg tussen Genève en Lyon en is vermoedelijk gesticht door Romeinse legioensoldaten, in wat nu de wijk Poussy is. In de eeuwen daarna werd Vernier achtereenvolgens bewoond door Bourgondiërs, Franken, Saracenen en Germanen. Tot in de elfde eeuw maakte het deel uit van het koninkrijk Bourgondië, en in 1027 duikt Vernier voor het eerst met naam op in de bronnen, naar aanleiding van een gevecht op een plek die sindsdien "Les Batailles" heet; daar, en op de nabijgelegen plek Les Combes, is een "barbaars" kerkhof uit die tijd teruggevonden.
Tussen 1355 en 1790 was het grondgebied achtereenvolgens Savooisch, Geneefs en Frans. De Franse Revolutie maakte er in 1790 een gemeente van in de moderne zin, met als eerste burgemeester Philibert Deservaz; het grondgebied bestond toen uit drie hoofdkernen: het dorp Vernier zelf, en de gehuchten Châtelaine en Aïre. Na de val van Napoleon in 1814 werden de politieke kaarten van Europa herverdeeld, en zo kwam Vernier in 1815 — samen met Collex-Bossy, Grand-Saconnex, Meyrin, Pregny en Versoix — bij de Zwitserse Confederatie. De aansluiting werd op 18 juli 1816 geproclameerd, en op 11 oktober van datzelfde jaar werd Vernier op het plein van Meyrin officieel aan het kanton Genève overgedragen — een monument herinnert er nog aan. Vernier was toen een overwegend agrarische gemeente met 566 inwoners.
De aanleg van de spoorlijn Genève-Lyon in 1858 bracht de eerste grote economische opleving, met de komst van belangrijke industrie. In 1896 werd de centrale van Chèvres in gebruik genomen: het eerste stroomcentrale-op-de-rivier-complex (één van de eerste in zijn soort in Europa), die fabrieken, werkplaatsen, de trams en de straatverlichting van de stad en verschillende buurgemeenten van elektriciteit voorzag — en zo de industrialisering van Vernier verder aanjoeg. Vanaf 1955 groeide de bevolking sterk; nieuwe wijken zoals Le Lignon en Les Avanchets werden gebouwd, en twintig jaar lang verrezen er scholen in Aïre, Balexert, Le Lignon, Les Libellules, Avanchets en Vernier-Village, met bijbehorende sociale, sportieve en culturele voorzieningen. De jongste stap in die ontwikkeling is de wijk l'Étang, geopend in 2021 — de eerste met het "2000 watt"-label van het kanton, in een gemeente die inmiddels gezondheid en duurzaamheid expliciet als uitgangspunt voor haar stedelijke ontwikkeling heeft benoemd (Ville de Vernier).
Over de herkomst van de plaatsnaam zelf is intussen een mooiere, meer specifieke verklaring gevonden. Volgens een toegewijde pagina over Vernier zelf hangt de naam samen met water: net zoals "Genève" teruggaat op de Keltische woorden gen (mond) en ava (water) — de monding van de Rhône dus — gaat "Vernier" terug op het Keltische verne: de els, een boom die van nature langs rivieroevers en in moerassige grond groeit. Toepasselijk genoeg loopt er een rivier dwars door het wapenschild van de gemeente Vernier, als verbinding tussen natuur en techniek (desertstarlight.com). Deze els-verklaring sluit mooi aan bij de toponymische hypothese die elders op deze site voor de familienaam wordt besproken (het Vernierenbosch bij Aartselaar). Of er ooit een verband heeft bestaan tussen deze Zwitserse plaatsnaam en de Franc-Comtoise familie Vernier hierboven — laat staan met onze eigen familie — is niet onderzocht en valt buiten het bestek van dit verhaal. Het is simpelweg te aardig om niet te vermelden dat de naam die dit hele onderzoek drijft, ook een eigen plek op de kaart heeft, en dat die plek zelf weer met water verbonden is.
Over de familienaam zelf is trouwens nog een derde, meer precieze bron gevonden die de eerder genoemde Germaanse verklaring verder uitwerkt: Vernier zou, vooral in de Doubs en Savoie, een regionale variant zijn van Garnier, zelf een verbastering van Varnier — teruggaand op het Germaanse Warinhari, samengesteld uit warin (bescherming) en hari (leger) (Filae). Een andere Franse naamkundige bron maakt bovendien een geografisch onderscheid binnen Frankrijk zelf: in het oosten van het land is Vernier een variant van Garnier (dezelfde Germaanse Warinhari-verklaring), terwijl het in het westen eerder een toponiem is voor een met elzen beplante plek — daar mogelijk een verbastering van het Bretonse guern (els) (Jean Tosti). Kortom: minstens drie families van verklaringen (Germaans/Warinhari, toponymisch/els, en de eerder genoemde beroepsnaam "verkoper van lentevruchten") leiden alle naar dezelfde naam, elk in een andere streek.
Col des Verniers, Hautes-Alpes — een echte toevalstreffer
Dit is wel een pure toevalstreffer: het berggebied Les Verniers, met daarin de Col des Verniers, een bergpas op 1.042 meter hoogte in het departement Hautes-Alpes, in het zuidoosten van Frankrijk (coördinaten: 44,5085 NB, 5,8551 OL). De weg naar de top, de D149, verbindt Saint-Auban-d'Oze met Châteauneuf-d'Oze; ze is geasfalteerd, smal en behoorlijk steil (dangerousroads.org). Onder wielrenners is de klim bekend als hoogtepunt van een lus door de Hautes-Alpes, met bossen, rustige valleien en open berglandschap, technische afdalingen en lange vloeiende stukken — een uitdagende maar lonende tocht (Komoot). Een familieband met deze bergpas is er uiteraard niet — maar de naam duikt zo ook letterlijk hoog in de Franse Alpen op.
Marais-Vernier, Normandië — en een Nederlandse connectie
Nog een derde plek met dezelfde naam, ditmaal in het uiterste noordwesten van Frankrijk: Marais-Vernier, een gemeente van 492 inwoners (2005) in het departement Eure, regio Normandië (Wikipedia). De naam verwijst naar het Marais Vernier zelf: een uitgestrekt, beschermd laagveenmoeras gelegen in een oude, halfronde meander van de Seine bij Quilleboeuf — het grootste laagveengebied van Frankrijk, met rietvelden, kanalen en een rijke vogelstand (ooievaars, blauwe reigers, kiekendieven, visarenden), begraasd door Camargue-paarden en Schotse hooglanders. Over de precieze oppervlakte lopen de bronnen uiteen: Normandie Tourisme spreekt van zo'n 4.500 hectare (Normandie Tourisme), terwijl elders een oppervlakte van 2.200 hectare wordt genoemd — welk cijfer het meest accuraat is, is niet verder uitgezocht.
Wat dit moeras voor deze site bijzonder maakt, is een onverwachte Nederlandse connectie: in 1599 gaf koning Hendrik IV van Frankrijk opdracht het gebied te ontginnen, en het waren Nederlandse dijkenbouwers die er tussen 1599 en 1633 kanalen en een halfrond afwateringssysteem aanlegden — de zogeheten "Digue des Hollandais" (Hollandse Dijk) (Wikipedia) (Normandie Tourisme). Dat is precies dezelfde periode waarin stamvader Laurens Verniers en zijn kinderen, als doopsgezinde vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, hun eigen plek in de Republiek vonden. Een familieband tussen deze Hollandse ingenieurs en onze familie is niet onderzocht en ligt niet voor de hand — maar het tijdsbeeld van Nederlandse waterbouwkundigen die elders in Europa hun sporen nalieten, past wel mooi bij het beeld dat elders op deze site al naar voren komt.
Over de naam zelf biedt de Franse Wikipedia een verrassend goed onderbouwde, en verrassend andere verklaring dan de els-etymologie hierboven. De plaatsnaam is al in de twaalfde eeuw gedocumenteerd als Marescus Warnerii (cartularium van Jumièges), en verschijnt daarna als "La Mare-Vernier" (1505), "La Mare-au-Vernier" (1631), "Mares-à-Vernier" (1648) en "Marais-Varnier" (1738). Het element "Warner-" is de Germaanse persoonsnaam Warnhari, die zich in dit deel van Normandië op regelmatige wijze ontwikkelde tot Varnier/Vernier — vandaag de dag heel gewone Franse achternamen. De klankverschuiving verliep in twee stappen: eerst Warnier > Varnier (de overgang [w] → [v] in het noord-Normandisch van de twaalfde eeuw), daarna Var- > Ver- (een sluitende klinkerverschuiving door de volgende r, hetzelfde verschijnsel als in larme > lerme en argent > ergent in de streektalen van de Seine-Maritime en de Eure). De Wikipedia-pagina wijst er expliciet op dat de vaak in niet-gespecialiseerde publicaties gebruikte verklaring via het woord verne (els) hier geen stand houdt: ze wordt tegengesproken door de oudere schrijfwijzen, veronderstelt een ongebruikelijke combinatie met het achtervoegsel "-ier", en bovenal komt het Keltische (Gallische) woord verne wél veel voor in de Occitaanse en zuidelijke/oostelijke toponymie, maar is het afwezig in de middeleeuwse toponymie van Normandië — in de Eure is er geen enkel ander voorbeeld van dit woord te vinden (Wikipedia FR).
Deze correctie relativeert de els-verklaring niet overal — ze is uitdrukkelijk beperkt tot de Normandische context van Marais-Vernier — maar bevestigt wel opnieuw met hoeveel voorzichtigheid dit soort volksetymologieën moet worden benaderd, en hoe sterk de Germaanse Warnhari/Warinhari-verklaring (dezelfde die ook bij Filae voor de Doubs en Savoie naar voren kwam) door heel Frankrijk als verklaring terugkeert.
Het huis Vernier-Angibault (Berry/Creuse, ca. 1190–1330)
Een kanttekening bij de bronvorm: onderstaande reconstructie is oorspronkelijk samengesteld met behulp van een AI-onderzoeksassistent (Google AI-modus), die secundaire, online genealogische databanken (Geneanet, FamilySearch, Genealogie Online e.d.) samenvatte. Deze samenvatting is nadien zelf nagelopen en gecontroleerd. De specifieke archiefreeksen waarnaar wordt verwezen (bijvoorbeeld "1 E 495" in de Archives Départementales de l'Indre, en "les actes d'hommage") zijn dus niet zomaar overgenomen, maar dienen als aanknopingspunt voor wie deze lijn verder wil natrekken in de archieven zelf.
Met die kanttekening: rond 1210 zou een baron uit de Creuse, Aubert II de Saint-Julien (heer van Saint-Julien-le-Châtel en verbonden aan Chambon-sur-Voueize), zijn getrouwd met een erfdochter die in de bronnen enkel als "N. de Vernier-Angibault" (ook: de Veniers-Angibault, de Verviers-Angibault) voorkomt — haar eigen voornaam is niet overgeleverd; de "N." staat voor het Latijnse nomen nescio, "naam onbekend". Zij was Dame d'Angibault, erfgename van het leengoed Angibault in de Berry (nu de gemeente Montipouret, departement Indre) — een plek die zijn bekendheid vooral dankt aan de molen "Le Moulin d'Angibault", die in 1845 de schrijfster George Sand inspireerde tot haar roman Le Meunier d'Angibault. Interessant detail: in een van de aangehaalde (niet-geverifieerde) aktes wordt het leengoed omschreven als "fief de Veniers et d'Angibault, maison seigneuriale et métairie de Veniers" — wat suggereert dat "Veniers" hier mogelijk ook de naam van een aparte hoeve of gehucht binnen het leengoed was, naast (of in plaats van) een eigen familienaam.
Volgens deze reconstructie ging het leengoed via het huwelijk over naar de familie De Saint-Julien, en bleef het daar enkele generaties: hun zoon Guillaume I erfde beide gebieden, en via kleinzoon Pierre I en achterkleinzoon Guillaume II raakte de familie in de veertiende eeuw steeds hechter verbonden met de grote adel van de Limousin en de Berry — tot Angibault, met het uitbreken van de Honderdjarige Oorlog, kwetsbaar werd en uiteindelijk aan andere streekheren (onder wie die van het naburige kasteel Sarzay) overging.
Source for the whole table: Babey & Dornier, Titres de familles, Archives d'usage du Doubs, series 7E. Several entries concern the same person at different moments; where that seems likely, it is indicated in the table.
The pattern that emerges from this table is strikingly consistent with what has already been seen elsewhere on this site with other, likewise unlinked Vernier traces: a name that recurs generation after generation in land and rent transactions, lawsuits, and — with Mathieu de Vernier's baronial title of 1636 and the seigneuries of Jean Vernier (Blesney) and Charles-Guillaume Vernier (Usier) — also in the actual nobility and the lower manorial administration.
The Franche-Comté and the Doubs thus lie precisely in the region where the name Vernier has long been common. For French genealogical research into the name Vernier (and possible variants such as Vernède or de Vernier), excellent specialised sources and databases exist. The name is originally a French topographic name for someone who lived by an alder tree (verne) — strikingly, the same root as one of the hypotheses discussed elsewhere on this site for our own family name — or a variant of the Germanic first name Garnier/Varnier. Historically the name is common in the east of France, particularly in the Franche-Comté and the Doubs.
An explanation for the name: Saint Vernier
Why does the name Vernier occur so remarkably often specifically in the Franche-Comté? A plausible explanation is the veneration of Saint Vernier (also Sint-Verny), patron saint of winegrowers, whose story goes back to a German boy: Werner of Oberwesel (also Werner of Womrath or Werner of Bacharach), born in 1271 in Womrath and murdered in 1287 at the age of sixteen. His body was found on Good Friday of that year near Bacharach on the Rhine. Popular tradition at the time attributed the murder, without evidence, to the Jewish community — one of the many medieval ritual-murder accusations against Jews in that region and period — later the story shifted to an alleged desecration of the host. Werner was venerated as a martyr and canonized in 1429 (Wikipedia, Vernier d'Oberwesel).
Veneration of this German saint spread, under the name Vernier, precisely to the Franche-Comté: the first French confraternity was founded in 1548 in Besançon, where a relic (a finger) of the saint was brought in. From there the veneration spread upstream along the Loue, to exactly the same villages that keep recurring in the archival records above: Ornans, Vuillafans and Mouthier. In the Jura, confraternities followed in Arbois (1627), Dole, Poligny and Lons-le-Saunier — again places that appear in the table below. As patron of winegrowers, Saint Vernier was called on to protect the vineyard from storms and ensure a good harvest; his attributes were a pruning knife, a mattock, a felt hat and a small wine cask. Elsewhere in France he was known as Sint-Verny (Auvergne) or Sint-Vernier (Burgundy) (Wikipedia, Vernier d'Oberwesel).
In other words: in a region where practically every village had its own confraternity of Saint Vernier, it is hardly surprising that "Vernier" also occurred frequently there as a baptismal name, and from there as a surname — quite apart from the Germanic Werner origin, the toponymic alder-tree explanation, or the occupational-name explanation discussed elsewhere on this site for the Flemish branch of the name. It is a third, regionally quite different explanation for the same name, and another reason not to simply link these Franche-Comté Verniers to our own family.
The town of Vernier, canton of Geneva
Just across the Swiss border, in the canton of Geneva, lies the commune of Vernier, a suburb of Geneva (Wikipedia) (vernier.ch). At some 768 hectares it is one of the larger communes of the canton by area, and with over 35,000 inhabitants the second most populous commune in Geneva, after the city itself. The town consists of several districts: Vernier-Village, Le Lignon, Aïre, Les Avanchets, Cointrin and Châtelaine.
A brief history of Vernier, in the commune's own words
The commune of Vernier tells its own history on its website, and that story is worth retelling. During the construction of the Châtelaine school in 1915, excavations uncovered mule and horseshoes from the time of Julius Caesar. The village lay on the Roman road between Geneva and Lyon and was probably founded by Roman legionaries, in what is now the Poussy district. In the centuries that followed, Vernier was successively inhabited by Burgundians, Franks, Saracens and Germans. Until the eleventh century it was part of the kingdom of Burgundy, and in 1027 Vernier is named for the first time in the sources, in connection with a battle at a place since called "Les Batailles"; there, and at the nearby site of Les Combes, a "barbarian" cemetery from that period has been found.
Between 1355 and 1790 the territory was successively Savoyard, Genevan and French. The French Revolution turned it into a commune in the modern sense in 1790, with Philibert Deservaz as its first mayor; the territory then consisted of three main cores: the village of Vernier itself, and the hamlets of Châtelaine and Aïre. After Napoleon's fall in 1814 Europe's political map was redrawn, and so Vernier joined the Swiss Confederation in 1815 — together with Collex-Bossy, Grand-Saconnex, Meyrin, Pregny and Versoix. The accession was proclaimed on 18 July 1816, and on 11 October of that same year Vernier was formally handed over to the canton of Geneva on the square at Meyrin — a monument still commemorates this. Vernier was then a predominantly agricultural commune of 566 inhabitants.
The construction of the Geneva-Lyon railway in 1858 brought the first major economic boom, with the arrival of significant industry. In 1896 the Chèvres power plant came into service: the first run-of-river power-plant complex (one of the first of its kind in Europe), which supplied electricity to factories, workshops, the trams and the street lighting of the city and several neighbouring communes — further driving Vernier's industrialisation. From 1955 the population grew sharply; new districts such as Le Lignon and Les Avanchets were built, and for twenty years schools rose in Aïre, Balexert, Le Lignon, Les Libellules, Avanchets and Vernier-Village, with accompanying social, sporting and cultural facilities. The latest step in that development is the l'Étang district, opened in 2021 — the first with the canton's "2000-watt" label, in a commune that has now explicitly named health and sustainability as the starting point for its urban development (Ville de Vernier).
A nicer, more specific explanation for the origin of the place name itself has since been found. According to a dedicated page about Vernier itself, the name is connected with water: just as "Genève" goes back to the Celtic words gen (mouth) and ava (water) — the mouth of the Rhône, that is — "Vernier" goes back to the Celtic verne: the alder, a tree that grows naturally along riverbanks and in marshy ground. Fittingly, a river runs right through the coat of arms of the commune of Vernier, as a link between nature and technology (desertstarlight.com). This alder explanation fits nicely with the toponymic hypothesis discussed elsewhere on this site for our family name (the Vernierenbosch near Aartselaar). Whether a link ever existed between this Swiss place name and the Franche-Comté Vernier family above — let alone with our own family — has not been investigated and falls outside the scope of this story. It is simply too pleasing not to mention that the name driving this whole research also has its own place on the map, and that that place is itself connected with water too.
On the family name itself, incidentally, a third, more precise source has been found that further develops the Germanic explanation mentioned earlier: Vernier, particularly in the Doubs and Savoie, is said to be a regional variant of Garnier, itself a corruption of Varnier — going back to the Germanic Warinhari, made up of warin (protection) and hari (army) (Filae). Another French onomastic source moreover draws a geographical distinction within France itself: in the east of the country Vernier is a variant of Garnier (the same Germanic Warinhari explanation), while in the west it is more likely a toponym for a place planted with alders — there possibly a corruption of the Breton guern (alder) (Jean Tosti). In short: at least three families of explanations (Germanic/Warinhari, toponymic/alder, and the occupational name "seller of spring fruits" mentioned earlier) all lead to the same name, each in a different region.
Col des Verniers, Hautes-Alpes — a genuine coincidence
This one really is a pure coincidence: the mountain area Les Verniers, containing the Col des Verniers, a mountain pass at 1,042 metres in the Hautes-Alpes department, in south-eastern France (coordinates: 44.5085 N, 5.8551 E). The road to the summit, the D149, connects Saint-Auban-d'Oze with Châteauneuf-d'Oze; it is paved, narrow and fairly steep (dangerousroads.org). Among cyclists the climb is known as the high point of a loop through the Hautes-Alpes, with forests, quiet valleys and open mountain scenery, technical descents and long flowing stretches — a challenging but rewarding ride (Komoot). There is, of course, no family connection to this mountain pass — but the name thus also turns up, quite literally, high in the French Alps.
Marais-Vernier, Normandy — and a Dutch connection
A third place with the same name, this time in the far north-west of France: Marais-Vernier, a commune of 492 inhabitants (2005) in the Eure department, Normandy region (Wikipedia). The name refers to the Marais Vernier itself: an extensive, protected lowland peat marsh lying in an old, semicircular meander of the Seine near Quilleboeuf — the largest lowland peat area in France, with reed beds, canals and rich birdlife (storks, grey herons, harriers, ospreys), grazed by Camargue horses and Scottish highland cattle. Sources differ on the precise area: Normandie Tourisme speaks of some 4,500 hectares (Normandie Tourisme), while elsewhere an area of 2,200 hectares is given — which figure is most accurate has not been further investigated.
What makes this marsh special for this site is an unexpected Dutch connection: in 1599 King Henri IV of France ordered the area to be reclaimed, and it was Dutch dike-builders who laid out canals and a semicircular drainage system there between 1599 and 1633 — the so-called "Digue des Hollandais" (Dutch Dike) (Wikipedia) (Normandie Tourisme). That is exactly the same period in which stamvader Laurens Verniers and his children, as Mennonite refugees from the Southern Netherlands, were finding their own place in the Republic. A family tie between these Dutch engineers and our family has not been investigated and is not obvious — but the picture of Dutch hydraulic engineers leaving their mark elsewhere in Europe does fit nicely with what has already emerged elsewhere on this site.
On the name itself, French Wikipedia offers a surprisingly well-supported, and surprisingly different, explanation from the alder etymology above. The place name is already documented in the twelfth century as Marescus Warnerii (cartulary of Jumièges), and afterwards appears as "La Mare-Vernier" (1505), "La Mare-au-Vernier" (1631), "Mares-à-Vernier" (1648) and "Marais-Varnier" (1738). The element "Warner-" is the Germanic personal name Warnhari, which developed regularly in this part of Normandy into Varnier/Vernier — today entirely ordinary French surnames. The sound shift proceeded in two steps: first Warnier > Varnier (the [w] → [v] shift in twelfth-century northern Norman), then Var- > Ver- (a closing vowel shift caused by the following r, the same phenomenon as in larme > lerme and argent > ergent in the regional languages of the Seine-Maritime and the Eure). The Wikipedia page explicitly points out that the explanation via the word verne (alder), often used in non-specialist publications, does not hold up here: it is contradicted by the older spellings, presupposes an unusual combination with the suffix "-ier", and above all the Celtic (Gaulish) word verne is indeed common in Occitan and southern/eastern toponymy, but is absent from the medieval toponymy of Normandy — in the Eure there is no other example of this word to be found at all (Wikipedia FR).
This correction does not undermine the alder explanation everywhere — it is explicitly limited to the Norman context of Marais-Vernier — but it does once again confirm how carefully this kind of folk etymology must be handled, and how strongly the Germanic Warnhari/Warinhari explanation (the same one that also came up via Filae for the Doubs and Savoie) recurs as an explanation across the whole of France.
The House of Vernier-Angibault (Berry/Creuse, c. 1190–1330)
A note on the nature of the source: the reconstruction below was originally compiled with the help of an AI research assistant (Google AI mode), which summarised secondary, online genealogical databases (Geneanet, FamilySearch, Genealogie Online and similar). This summary has since been checked and verified itself. The specific archival series referred to (for example "1 E 495" in the Archives Départementales de l'Indre, and "les actes d'hommage") are therefore not simply taken at face value, but serve as a lead for anyone who wishes to trace this line further in the archives themselves.
With that caveat: around 1210 a baron from the Creuse, Aubert II de Saint-Julien (lord of Saint-Julien-le-Châtel and connected to Chambon-sur-Voueize), is said to have married an heiress who appears in the sources only as "N. de Vernier-Angibault" (also: de Veniers-Angibault, de Verviers-Angibault) — her own first name has not survived; the "N." stands for the Latin nomen nescio, "name unknown". She was Dame d'Angibault, heiress of the fief of Angibault in the Berry (now the commune of Montipouret, Indre department) — a place best known for the mill "Le Moulin d'Angibault", which in 1845 inspired the writer George Sand to her novel Le Meunier d'Angibault. An interesting detail: in one of the cited (unverified) deeds the fief is described as "fief de Veniers et d'Angibault, maison seigneuriale et métairie de Veniers" — suggesting that "Veniers" here may also have been the name of a separate farm or hamlet within the fief, alongside (or instead of) a family name in its own right.
According to this reconstruction, the fief passed by marriage to the De Saint-Julien family, and remained there for several generations: their son Guillaume I inherited both territories, and via grandson Pierre I and great-grandson Guillaume II the family became ever more closely tied, in the fourteenth century, to the great nobility of the Limousin and the Berry — until Angibault, with the outbreak of the Hundred Years' War, became vulnerable and eventually passed to other regional lords (among them those of the neighbouring castle of Sarzay).
| NaamName |
PeriodePeriod |
Bezit / titelProperty / title |
Context |
| N. de Vernier-Angibault | ca. 1190 – na 1210 | Dame d'Angibault (erfdochter)Dame d'Angibault (heiress) | Huwde ca. 1210 Aubert II de Saint-Julien; bracht het leengoed Angibault in als bruidsschat; eigen voornaam en ouders onbekendMarried Aubert II de Saint-Julien c. 1210; brought the fief of Angibault as her dowry; own first name and parents unknown |
| Aubert II de Saint-Julien | ca. 1170/1185 – ca. 1235/1250 | Baron de Saint-Julien-le-Châtel (Creuse)Baron de Saint-Julien-le-Châtel (Creuse) | Kreeg via het huwelijk het beheer (niet het eigendom) over AngibaultGained, through the marriage, the administration (not ownership) of Angibault |
| Guillaume I de Saint-Julien | ca. 1215 – ca. 1270 | Baron de Saint-Julien-le-Châtel én seigneur d'AngibaultBaron de Saint-Julien-le-Châtel and seigneur d'Angibault | Zoon; erfde beide gebieden toen ze juridisch samensmolten; huwde N. de Pierre-BuffièreSon; inherited both territories once they merged legally; married N. de Pierre-Buffière |
| Pierre I de Saint-Julien | ca. 1245 – ca. 1300 | – | Kleinzoon; huwde Agnès de Rochechouart, dochter van de burggraaf van RochechouartGrandson; married Agnès de Rochechouart, daughter of the viscount of Rochechouart |
| Guillaume II de Saint-Julien | ca. 1275 – ca. 1330 | – | Achterkleinzoon; huwde Jeanne de Châteaumeillant; laatste generatie vóór de verzwakking van het leengoed door de Honderdjarige OorlogGreat-grandson; married Jeanne de Châteaumeillant; last generation before the fief was weakened by the Hundred Years' War |
Ook hier geldt, sterker nog dan bij de andere sporen op deze pagina: een verband met onze eigen familie, of met de Mechelse of Franc-Comtoise Verniers hierboven, is volstrekt niet onderzocht en gezien de geografische afstand (Berry/Creuse, Midden-Frankrijk) en de vroege periode (13e-14e eeuw) ook niet aannemelijk. De naam "Vernier" als toponiem (bij een elzenbos) kwam destijds, net als vandaag de dag, onafhankelijk van elkaar op tientallen plekken in Frankrijk voor.
Wat al deze verspreide vondsten — een Leuvense grondbezitter, een Vlaamse rentmeester, een Haagse advocaat, een Mechelse auditeur, een Lotharingse schildersleerling, een Roomse schilder, een achttiende-eeuwse kapitein, een Franc-Comtoise baron en heren, een Zwitserse gemeente, een Normandisch moeras en een dertiende-eeuws adellijk huis in de Berry — met elkaar gemeen hebben, is vooral dit: de naam Vernier(s) duikt door heel Europa en over ruim vijf eeuwen steeds weer op, vaak in de hogere lagen van bezit, bestuur en recht. Dat is op zichzelf een boeiend patroon. Het is geen bewijs van één grote familie — eerder het tegendeel: het laat zien hoe wijdverspreid en hoe vaak onafhankelijk van elkaar deze naam door de eeuwen heen is ontstaan.
De naam Verniers op de kaart
Waar komt de naam Verniers voor? De Franse genealogiesite Filae — sinds 2021 onderdeel van MyHeritage — toont bij een zoekopdracht op de achternaam een interactieve kaart van de plaatsen waar de naam in haar databank voorkomt (Filae). De kaart laat dus zien waar de naam in de bij Filae verzamelde archiefstukken en stambomen is vastgelegd; het is geen volledige telling van alle naamdragers. De kaart en de gegevens zijn eigendom van Filae en mogen niet op andere websites worden overgenomen, maar u kunt ze daar zelf bekijken.
Bekijk de kaart van de naam Verniers op Filae →
Here too, even more than with the other traces on this page: a link to our own family, or to the Mechelen or Franche-Comté Verniers above, has not been investigated at all, and given the geographical distance (Berry/Creuse, central France) and the early period (13th-14th century) is also not plausible. The name "Vernier" as a toponym (by an alder grove) arose, then as now, independently in dozens of places across France.
What all these scattered finds — a Leuven landowner, a Flemish steward, a lawyer at The Hague, a Mechelen auditor, a Lorraine painter's apprentice, a Roman painter, an eighteenth-century captain, a Franche-Comté baron and lords, a Swiss commune, a Norman marsh and a thirteenth-century noble house in the Berry — have in common is above all this: the name Vernier(s) keeps turning up across the whole of Europe and over more than five centuries, often in the higher ranks of property, administration and law. That is, in itself, a fascinating pattern. It is not proof of one large family — rather the opposite: it shows how widespread, and how often independently of one another, this name arose over the centuries.
The Verniers name on the map
Where does the name Verniers occur? The French genealogy site Filae — part of MyHeritage since 2021 — shows, for a search on the surname, an interactive map of the places where the name appears in its database (Filae). The map therefore shows where the name has been recorded in the archival records and family trees collected by Filae; it is not a complete count of everyone who bears the name. The map and its data belong to Filae and may not be copied onto other websites, but you can view them there yourself.
View the map of the Verniers name on Filae →