De oudst bekende voorouder van de Nederlandse tak Verniers is Laurens Verniers, een doopsgezind (mennonitisch) oudste en prediker in het zestiende-eeuwse Antwerpen. Hij behoorde tot de vroege wederdopers die zich aansloten bij de beweging rond Menno Simons.
Toen de hertog van Alva in 1567 naar de Nederlanden werd gestuurd om het protestantse verzet neer te slaan, werden duizenden hervormingsgezinden vervolgd, verbannen of geëxecuteerd. In Antwerpen werd ook Laurens Verniers getroffen. Volgens de doopsgezinde bronnen werd hij in 1567 door Alva verbannen, hoewel hij reeds eerder naar Friesland was uitgeweken.
Sententie van Banissement ende Confiscatie van goederen, jegens een persoon van Franeker, 26 november 1569 — bron: J. Marcus, "Sententien en Indagingen van den Hertog van Alba", 1735, eigen bibliotheek
Eerste vlucht: Antwerpen naar Friesland en Oost-Friesland
Zoals veel Vlaamse doopsgezinden zocht Laurens een veilig heenkomen in het noorden. Hij vestigde zich in Franeker, een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor vervolgde Vlaamse en Brabantse dopers. Van daaruit bleef hij actief als oudste binnen de doopsgezinde gemeenten. In 1570 wordt hij genoemd bij een bemiddelingsreis naar Kleef in Duitsland om kerkelijke geschillen op te lossen.
De vlucht van Laurens stond niet op zichzelf. In dezelfde periode verlieten duizenden inwoners van Antwerpen, Gent en andere Vlaamse steden de Zuidelijke Nederlanden. Zij trokken naar Friesland, Oost-Friesland (vooral Emden), Holland en Zeeland.
Van vluchtelingen naar burgers van Holland
In de tweede helft van de zestiende eeuw verschenen leden van de familie Verniers in Holland. De naam wordt al in 1585 aangetroffen in Amsterdam. Het CBG noemt expliciet een Laurens Verniers die dat jaar voorkomt in de Amsterdamse belastingregisters. Het is onze stamvader die zijn laatste reis maakt en uiteindelijk in 1600 in Amsterdam overlijdt en wordt begraven.
De familie Verniers maakte daarmee deel uit van de grote stroom Zuid-Nederlandse vluchtelingen die Amsterdam transformeerde van een regionale handelsstad tot het economische centrum van de Republiek. Veel Vlaamse immigranten brachten handelskapitaal, vakkennis en internationale contacten mee.
Middelburg, Leiden, Haarlem, Franeker, Embden, Amsterdam en Weesp
Gedurende de zeventiende eeuw vestigden de Verniers-familie zich in het kielzog van onze stamvader en zijn zoon Abraham eerst in het veilige Embden voordat ze neerstreken in Amsterdam en Weesp.
Net als Laurens, die via 's Hertogenbosch, Franeker uiteindelijk in Amsterdam terecht kwam, is de reis van zijn zoon Abraham ook goed te volgen. Zijn naam komt in de archieven voor van Middelburg, Leiden, Haarlem, Amsterdam en uiteindelijk Enkhuizen, waar hij komt te overlijden.
Deze rijke koopmansfamilie wist zich ook in hun nieuwe thuisland maatschappelijk op te werken. Als doopsgezinde vluchtelingen, werkzaam in de handel, werkzaam als chirurgijn en/of apotheker, als distillateurs en leraar van de Grote Zeevaart bij de oprichting van de VOC duiken latere generaties op, nog steeds als kooplieden en chirurgijnen, maar ook als groot grondbezitters en bestuurders. In Amsterdam en Weesp werd de familie bijzonder invloedrijk. Een connectie met de familie Anslo is aangetoond in de archieven; connecties met de families Vondel, Rembrandt en Hooft zijn op basis van datzelfde bronnenmateriaal plausibel, maar niet rechtstreeks bewezen. Daarnaast hadden ze posities in het doopsgezinde leven, woonden ze in de belangrijkste straten van deze steden, waardoor connecties met andere belangrijke doopsgezinden personen uit die tijd niet ondenkbaar zijn.
De stap naar Zeeland
Al in 1622: familie in Zeeland en Engeland
Zeeland was voor de familie geen onbekend terrein. Al een generatie na de vlucht blijkt dat er familieleden in Zeeland woonden — en zelfs in Engeland. In haar testament van 22 oktober 1622, opgesteld bij notaris Jacobus Westfrisius in Amsterdam, sluit Trijntgen Verniers, dochter van stamvader Laurens, uitdrukkelijk "die vrienden die zij in Engelandt ende Zeelandt heeft wonende" uit van haar erfenis (Bron 48). Met "vrienden" werden in die tijd bloedverwanten bedoeld: in 1622 woonde er dus familie van haar in Zeeland en in Engeland.
Wie dat waren en hoe zij daar terechtkwamen, heb ik nog niet uitgezocht; dat onderzoek volgt de komende maanden. Het is te opvallend om niet te melden. Zeeland en Engeland waren in die jaren belangrijke toevluchtsoorden voor Vlaamse protestanten en doopsgezinden; mogelijk is een deel van de familie tijdens de vlucht die kant op getrokken. Dat is voorlopig een hypothese.
Terug naar Zeeland
Aan het einde van de zeventiende en in de achttiende eeuw ontstond een nieuwe beweging binnen de familie. Leden van de Weesper en Amsterdamse Verniers-familie vestigden zich in Zeeland, waar zij huwden binnen welgestelde regenten- en patriciërsfamilies.
Juist in die periode verschijnt de naam Verniers van der Loeff. De Vlaamse familienaam Verniers werd verbonden met de oude Zeeuwse familie Van der Loeff. Volgens de genealogie van Rutgers van der Loeff zijn de eerste prominente vertegenwoordigers:
- Stephanus Adriaan Verniers van der Loeff (1769–1818)
- Cornelis Verniers van der Loeff (1776–1828)
Vanaf dat moment werd Verniers niet langer slechts een familienaam, maar een vast onderdeel van de samengestelde naam Verniers van der Loeff.
Van Vlaamse vluchtelingen naar Nederlandse regenten
De geschiedenis van de familie laat daarmee een opmerkelijke ontwikkeling zien:
- Vlaamse oorsprong in de omgeving van Gent en Antwerpen.
- Religieuze vervolging onder Alva.
- Vlucht naar Franeker en Emden.
- Vestiging in Amsterdam rond het einde van de zestiende eeuw.
- Uitbreiding naar Weesp en Leiden.
- Opkomst binnen bestuur en handel in de Republiek.
- Migratie naar Zeeland, waar al in 1622 familie woonde.
- Verbinding met de familie Van der Loeff.
- Ontstaan van de tak Verniers van der Loeff, waaruit later belangrijke militairen, bestuurders, ingenieurs en patricische families voortkwamen.
Dit is feitelijk de overgang van een zestiende-eeuwse vluchtelingenfamilie uit de Zuidelijke Nederlanden naar een gevestigde Nederlandse regenten- en patriciërsfamilie die uiteindelijk een belangrijke plaats kreeg binnen de geschiedenis van Zeeland en Holland.